Walkura, klik voor startpagina. Walkura, klik voor startpagina.
ZuidNoorwegen.jpg

Reis in het ongewisse;

We mogen weer, na een twee jaar durende corona beperking waarin we bijna nergens meer welkom waren, kunnen we de landvasten weer los maken voor een langere zeilreis. Er zijn een aantal zaken veranderd in onze geplande toekomst, op ons persoonlijk vlak zijn de doelstellingen sterk bijgesteld. Dit is deels te wijten aan het feit dat je in de havens van de zuidelijke Europese landen de hoofdprijs moet betalen voor een ligplaats. (Het laatste bericht hierover was 225 Euro voor een 14 meter boot, van een vriend van ons, in het zuiden van Portugal, mei 2022) Binnen de poorten van Hercules is het nog veel erger, in Frankrijk, Italië, Spanje en Kroatië hebben ze het uitmelken van die 'rijke' bootbezitters tot een ware kunst verheven. In Griekenland en Turkije is de situatie weer redelijk te noemen. In de gehele middellandse zee en daar niet alleen speelt nog een probleempje mee, de bij tijd en wijle optredende enorme hitte, die iedere dag en nacht reduceert tot een zalig nietsdoen en luieren. Dat zal met sommige 'verregende Nederlandse zomerdagen' in het achterhoofd, geweldig zijn voor een korte periode maar zeker niet voor maanden achtereen. Verder de oceaan op zijn de temperaturen door de wind en het koelere zeewater veel prettiger, maar daar is het met de veiligheid weer niet al te best gesteld. Je moet bij voorkeur met een groep boten samen in konvooi zeilen en ankeren, zodat je beter beschermd bent tegen diefstal en piraterij. Wil je iets van het land zien dan moet je bij toerbeurt de wacht houden en helaas is dat ook 's nachts het geval op veel plaatsen in het Caribisch gebied. De tijd waarin je in vrijheid een weliswaar avontuurlijke wereldreis zou kunnen maken en meestal als gast werd ontvangen ligt alweer ver achter ons.

Een deel van onze bezinning kwam nadat wij in 2019 zo (on)gelukkig waren dat we teveel tijd door brachten op de gezellige Engelse Kanaaleilanden. We waren daardoor te laat in het seizoen om de golf van Biskaye over te steken. Bovendien kwam de ene na de andere depressie met veel te harde zuidwestelijke winden ons min of meer de weg versperren. De lange termijn verwachting gaf voor de komende weken nog steeds hetzelfde beeld dus besloten wij om via de Engelse kust weer langzaam huiswaarts te zeilen, thuis wachtte er namelijk ook nog zoiets als werk. Dit was wel even een streep door de planning voor 2019, shit happens zou de Engelsman zeggen.
Achteraf waren we dolblij met deze tegenvaller, want bij het uitbreken van de corona pandemie konden wij zomer en winter blijven varen, terwijl vrienden van ons met de boot op de kant in het zonnige Portugese Portimaõ, een heel jaar verstoken bleven van het vaarplezier omdat de grenzen dichtgingen. Om maar niet te spreken van diegene die de havens uit werden gekeken of gegooid, alsof ze in hoogsteigen persoon de pandemie daar ook wilden verspreiden! Orkaanseizoen of niet zij moesten zich maar zien te redden.
Ik heb het al even over de waanzinnige liggelden gehad die er in het westelijk deel van de Middellandse zee worden gevraagd. Als we nu naar de aangeboden vliegreizen naar dezelfde landen kijken dan vinden we vaak al een reis voor 10 of 12 dagen rond de 1000 euro, twee personen met een appartement en een huurauto. Dan mag ik mij afvragen of ze nu helemaal gek zijn geworden want dat is aanzienlijk minder slijk der aarde dan 10 dagen in een haven liggeld betalen in het hoogseizoen. En je ziet nog iets van het bezochte land ook.
Dit laatste is altijd onze bedoeling geweest, milieubewust reizen en iets opsteken van andere landen en culturen. In onze werkelijkheid is het onmogelijk om lang deze exorbitante haven uitgaven te dragen, wij zijn geen miljonair. Helaas zien veel minder bedeelden en haven uitbaters in deze zuid Europese landen ons als een drijvende bak met te veel geld, waar zij ons met alle liefde van af zullen helpen. Deze ontwikkeling kruipt langzaam maar zeker ook onze noordelijke streken binnen, IJmuiden en de Waddenhavens zijn ook veel te duur, om een voorbeeld te noemen. In de eerste is echt niets de moeite waard of het moet de vervuilde uitstoot van de hoogovens zijn en op de eilanden is het werkelijk over bevolkt. Maar ach hun economisch verdien model is heilig tot onze spijt. Mensen die geen ballenbak of kindvriendelijke speeltuin, spelletjes hal of andere 'geneugten' nodig hebben of willen, worden bij binnenkomst gedwongen aan deze zooi mee te betalen. Nu ik toch even gal aan het spuien ben moet mij ook even van het hart dat het een trend wordt om alle havengelden te innen via moderne middelen, een gesprekje met een vriendelijke havenmeester is er niet meer bij, dat hoort bij de vorige eeuw en is per definitie ouderwets.
Door de corona perikelen is het normale contact tussen mensen toch al enorm teruggelopen, alles loopt bij de moderne mens via zijn of haar mobieltje of internet, daar kan het moderne haven systeem nog wel bij. Tot zover de zaken die van buiten ons hebben gebracht tot de herbezinning op ons zeil gedrag.

Thorda

In 2006 hebben wij afscheid moeten nemen van onze trouwe vijftienjarige vriend Odin, een niet geheel raszuivere Terveurense herder. Hiermee startte onze zeil carrière over langere afstanden en meerdaagse zeereizen. Odin vond het prettiger om zijn opgespaarde behoeften aan land te doen; aan boord? dat doen alleen viespeuken. Helaas heeft hij die gewoonte nooit willen aanpassen dus moesten wij ons aanpassen, met liefde uiteraard. In deze gedwongen corona periode konden we onze verlangens naar een nieuwe vriend niet meer de baas. Het werd een Friese Stabij, en wij noemen hem Thorda, meestal afgekort tot Thor. Wij hopen hiermee een echte zeehond te hebben. Als zeven weken oude pup was het geen enkel probleem, maar met het ouder worden gaat het aan dek zijn behoefte doen niet helemaal zoals wij dat graag zouden zien. De aanpassing aan de boot behelst alleen zo'n raar reling net en hij heeft tijdens de vaart een eigen reddingsvest. Het is wel even wennen aan de nieuwe situatie maar deze corona hond eindigt niet in het bos of een dierenasiel, maar is een volwaardig lid van de bemanning. Als belangwekkende mededeling moet ik nog vermelden dat onze GPS (ja zeker heel modern) nu ook een knop HOB heeft naast MOB.

Delfzijl

Vrijdag 20 mei zijn wij vanuit de Abel Tasman binnenhaven verhuisd naar de oude Neptunus haven buiten de zeesluis in Delfzijl. Wij zijn jaren lid geweest van deze vereniging en hoopten op enige oude kennissen te kunnen ontmoeten, maar dat viel op enkele bekenden na behoorlijk tegen, er was veel veranderd in leden en in het verenigingsleven. Zelfs de bar, de voormalige ontmoetingsplaats bij uitstek was dit weekend gesloten.
Zondag was de wind en het tij gunstig om over de geulen en wantijen binnendoor naar Nordeney te zeilen. Het eerste wantij dat wij tegen kwamen was achter de Doekegat plaat langs naar de Oostereems, vlakbij de ingang naar Greetsiel. Vergeleken met 10 jaar geleden is deze vaarroute behoorlijk ondieper geworden. Met onze 1.40 diepgang moesten wij tot bijna twee uur voor hoog water wachten om verder te kunnen. Het tweede wantij, net onder de oost punt van Juist daarentegen was overal goed te bevaren tijdens hoog water, minstens 2,40 meter water over de zandplaten. De volgende morgen stond er een straf windje uit het zuid-oosten, dit is niet helemaal onze favoriete richting want dat betekende dat we scherp aan de wind moesten zeilen. Bij de openingen tussen de diverse eilanden kregen we dan ook te maken met een uitstromend tij, zodat we steeds meer afweken in noordelijke richting, bovendien scheen de wind iets meer oostelijk te worden en na Langeoog helemaal weg te vallen. Op de oude trouwe Hätz diesel gingen we verder tot na de rivier de Wezer, hier konden we weer zeilen. Maar ondertussen waren we wat achter geraakt op het ideale schema, dat uitgaat van stroom mee op de Elbe, zodat we hier ietwat tegenstroom kregen en wind pal tegen. Tsja het leven van een zeiler gaat ook niet altijd over rozen. Positief punt was dat ons nieuw bemanningslid zijn eerste echte zee ervaring goed doorstond. Deze keer zijn we in Cuxhaven in de America verenigingshaven gaan liggen. Bij hardere west tot noord oostelijke wind staat er wel enige deining in de haven en geregeld vaart er een groot schip in of uit, ook dat geeft onrust. Bovendien liggen we hier midden in een industrie gelände, mooi voor Thorda maar een beetje kaal. Wij blijven hier een dag om allerlei klussen op te knappen. Bij het uitlaten van Thorda zagen we een mooi klassiek stationsgebouw staan met aan de oostkant de rails en aan de westkant een aanlegplaats voor zeeschepen, aan de hoeveelheid roest op de rails is te zien dat er weinig bedrijvigheid plaats vindt. Op deze uithoek van Cuxhaven is ook de motorclub home van de "Grave Diggers" gevestigd voor Thor een uitgelezen moment om er even tegenaan te zeiken.

Noord Oostzee kanaal

Op woensdag gaan we verder en met een prettig zuidelijk windje en de stroom mee zeilen we naar het grote sluizencomplex van Brunsbüttel, de ingang van het Noord-Oost Zee Kanaal, de grote vaarroute voor zeeschepen tussen de Noordzee en de Oostzee. Tegen twee uur liggen wij in het Gieselau kanaal, de ingang van de rivier de Eider die bij Tönning in Noord Friesland in zee uitkomt. Hier liggen we nog twee dagen om weer enige klussen van de lijst te kunnen schrappen. Nu lijkt het dat er aan een boot veel kapot gaat, maar dat is niet helemaal waar, maar in aanloop naar onze reis dit jaar is de boot voorbereiding er een beetje bij ingeschoten. Dat moet nu tijdens de reis worden gedaan. Saillant detail is dat we zelfs met een lege stuurboord tank zijn vertrokken, kun je nagaan hoe degelijk onze voorbereiding is geweest. Een vervelend minpuntje is dat onze waterkoelpomp van de motor steeds meer gaat lekken, bij navraag in Rendsburg bij een marine motor bedrijf blijkt dat voordat we een nieuwe water keerring, van een paar euro, binnen hebben, we waarschijnlijk wel een maand zullen moeten wachten! Het was een vriendelijke man, maar niet erg behulpzaam. Het is steeds meer het probleem van deze tijd dat Marine Service bedrijven niets meer op voorraad hebben, maar dat alles apart besteld moet worden. Dit geldt ook voor veel andere ondernemingen, in een moderne maatschappij heeft men alleen een paar extra wc-rollen op voorraad en er zijn te weinig vakmensen. Wij besluiten om de reparatie thuis uit te voeren en als we op de motor moeten varen, om de paar uur de bilge leeg te pompen, per slot van rekening zijn we een zeilboot.
De stad Rendsburg heeft momenteel bijna 30.000 inwoners en lag oorspronkelijk aan de bovenloop van de rivier de Eider. Al in oude tijden was Rendsburg een binnenhaven die belangrijk was voor het handelsverkeer tussen West Europa en de Oostzee gebieden. Veel van de vroegere handel ging via relatief korte handelsreizen, vanuit het westen over de Rivier de Eider tot de oude marktplaats van Rendsburg, vandaar werden de goederen op ossenwagens verder over de gebergte riggel (oftewel het oostelijke heuvelland van Sleeswijk-Holstein) getransporteerd om aan de andere kant in het oude Haithabu (nabij Flensburg) weer in andere schepen te worden geladen om de reis te vervolgen de Oostzee op. Op een vorig bezoek aan de bibliotheek van het Rendsburg museum stuitte ik op een verslag van de plaatselijke Koddebeiers die een Friese handelaar probeerden te achterhalen. Omstreeks het jaar 800 had een Friese handelaar zijn gekochte goederen met het zwaard betaald, in zijn schip geladen en weggevaren. Ondanks de achtervolging ontsnapte de booswicht. Dit overladen van de goederen was een inspannende bezigheid en was al voor de jaar telling ook via Rendsburg een feit. Het wordt tijd voor het graven van een kanaal.
Nu we na 6 jaar weer in het Noord-Oost zee Kanaal varen valt ons op dat er iets veranderd is in de opstelling naar sportschepen toe, men mag officieel nergens langer dan een nacht liggen, behalve in Rendsburg en dat kost weer havengeld. Natuurlijk lappen wij dat aan onze laars, plotseling zijn we alle kennis van de Duitse en Engelse taal kwijt. Bij de Flehmhüdersee aangekomen wordt de ongastvrijheid nog benadrukt door enorme palen in het ankergebied. Het is moeilijk vastmaken aan deze joekels en als je er tussenin past, dan is er slechts plaats voor 4 tot 6 boten. De Flehmhüdersee was voor ons de plek bij uitstek om even een paar dagen te onthaasten. Het ligt in een schitterend wandel gebied en aan de zuidelijke oever zijn de restanten van een U-boot werf uit de tweede wereld oorlog. Bij de Holtenau kant van het kanaal ligt nu een drijvende ponton met jawel een betaalautomaat, hier kun je de passage kosten voldoen. Wij hebben wel de indruk dat het met de controle op die één nacht regeling wel meevalt en een beetje laks is. Wij varen door en gooien het anker uit onder de kust van Strande in 3 meter diep water, als de wind uit westelijke tot noord-oostelijke richting waait, is het hier een prachtige plek. Het is zonnig maar wel erg fris. De volgende morgen gingen wij verder naar het oosten, de wind kwam uit de goede hoek en de snelheid liep op sommige momenten tot boven de 7 knopen op. Bij Rodby werden we gepraaid door een wacht schip die ons vertelde dat er duikwerkzaamheden onder water plaatsvonden zodat wij iets om moesten zeilen. Waarschijnlijk waren ze de nieuwe aardgas leiding van poetin aan het ontmantelen. Een mooi bijkomend feit was dat wij sneller voeren dan een Bavaria 46. Bij hen aan boord werd van alles geprobeerd maar ze raakten steeds verder achter. Dit geeft het zeilen in een stalen bak, dat onze trouwe Walkura in feite is, een extra positieve dimensie. Zo kwamen wij als eerste in de Deense haven Gedser aan. De volgende morgen vertrokken wij allebei, de Bavaria 46 en de ijzeren van de Stadt 34, in de richting van Klintholm op het eiland Møn. En jawel weer kwamen wij als eerste aan, er rest slechts een conclusie; de bemanning van de 'bav' kan niet zeilen of ze hebben een emmer aan de kiel hangen.

De kliffen van Møn

De kliffen van Møn zijn indrukwekkende kalk bergen, die ongeveer 75 miljoen jaar geleden zijn ontstaan in een tropische zee. Miljoenen jaren zijn de kalk skeletjes van zeedieren na het afsterven naar de bodem gezakt en hebben zo enorme lagen kalk gevormd op de zeebodem. Door het altijd weer verschuiven van de landmassa's over het aardoppervlak kwam deze tropische zee uiteindelijk op deze plaats in Denemarken terecht. Niet alleen is de Aarde rusteloos als het om de verschuiving van de continenten gaat, maar door de botsingen ontstaan ook land opheffingen, of gebergte vorming. Zo zijn de Alpen bijvoorbeeld ontstaan doordat Italië en Afrika naar het noorden dreven en op het Europese continent botsten 40 miljoen jaar geleden. Door het langzaam opstijgen van deze kalk rijke zeebodem van Møn en het verplaatsen naar een koelere plaats op de wereld bol volgden nieuwe lagen elkaar op die soms over de kalklaag werd afgezet. Zo komen we aan bij de periode die het Pleistoceen heet van ongeveer de afgelopen 2 miljoen jaar, waarin diverse IJstijden zijn voor gekomen. Afwisselend was het klimaat in dit deel van Europa erg warm opgevolgd door een zeer koude periode. Op plaatsen waar voldoende neerslag viel, zoals in geheel Scandinavië, stapelde het ijs zich tijdens de koude perioden wel kilometers dik op. IJs is een plastisch stroperig materiaal, als de druk van boven te groot wordt dan gaan de onderste lagen ijs over de bodem schuren naar de zijkanten toe. Deze ijslagen zitten vol met stukken steen die door het schuren over de diep bevroren ondergrond afbreken en worden meegevoerd in het ijs. Deze raspende ijslaag laat zijn lading stenen en leem bij het afsmelten weer vallen, zoals bijvoorbeeld op het Drents keileem plateau en de diverse 'bergen' die Nederland rijk is. Denemarken is door de opeenvolgende ijs bedekkingen geworden tot het eilanden rijk waarin we momenteel varen met een overvloed aan stenen die als we er een zouden raken een lelijke schade kan veroorzaken. Møn was echter niet altijd een eiland met een prachtig klif, waar wij ons nu aan vergapen en de geschiedenis van miljoenen jaren aan kunnen aflezen. Toen de laatste IJstijd de diverse bodemlagen weer eens als een enorme bulldozer op hopen had gegooid en daarna door het opwarmende klimaat dat momenteel nog steeds gaande is, was Møn een eilandje dat zijn topje net boven water stak. Al het smelt water hoopte zich op in het Oostzee bekken. Ongeveer 9000 jaar geleden kwam hier plotseling een einde aan doordat de hoge waterstand over het land van Denemarken een weg vond naar de Noordzee. De schurende werking van het water sleet de Sont en de beide Belten uit. Nu reikte het water tot aan de voet van de heuvel Møn en de zee ondergroef de Kalk heuvel die over de laatste duizenden jaren de vorm kreeg die we nu kunnen bewonderen, dit proces is nog steeds gaande en jaarlijks breekt er weer een stukje klif af zodat de hoge steile kalk wand gehandhaafd blijft. Op de top van het klif groeien zeer veel beukenbomen, bij de laatste grote klif afbraak in 2007 viel er een stuk van ongeveer 300 meter in zee met alle bomen die er op groeiden.
Het doel van onze zeilreis was om de zuid kust van Zweden te verkennen, en dan met name de Hanö bocht. Normaal gesproken zeilden we deze altijd in een keer over op weg naar het noorden.

Ystad

Met een leuk westelijk windje verlieten we Klintholm in Denemarken en wilden naar Ystad zeilen, maar ach de wind kon onze half winder na verloop van tijd niet meer doen opbollen dus eindigde de reis al in Smyggehammen. Het vroegere centrum van de kalk branderij. Het is heel jammer dat de verrotte plantenresten de hele haven in een bedorven eieren geur zet. Vooral bij veel zon komt door de warmte een gistingsproces op gang die soms een hele plak van deze geurende massa aan de oppervlakte doet verschijnen. 500 meter van de haven vandaan staat een vuurtoren waar je boven in rustig een wijntje kunt nuttigen tijdens het uitkijken over de zee en kust, terwijl de zon achter de einder verdwijnt. Tafel en twee stoeltjes staan klaar, je moet alleen de wijn en glazen meenemen. De volgende dag komen wij dan toch in Ystad aan waar we onze geslonken voorraden weer wat aan kunnen vullen. Het is goed toeven in deze nog niet door de moderne tijd verknoeide stad en het is er vaak gezellig druk, vlak bij de haven bevindt zich een scheepsbenodigdheden winkel, even ouderwets als de stad en het ruikt er naar teer en hennep touw. Ze hebben een uitzonderlijk groot assortiment en daarbij ook nog veel antieke scheepsprullaria, het is echt een bezoekje waard.
Het vervolg van de reis gaat vanaf Ystad naar het oosten tussen de Zweedse kust en het Deense eiland Bornholm door. Door de zuid-oostelijke wind ontstaat er hier een redelijke stroming tegen en zijn er woelige golven, maar wij komen er doorheen en varen zo de Hanö bocht in. De grote marina van Simrishammen doen we niet aan maar vertoeven in plaats daarvan in Skillinge en een dag later in Baskemølla. Beide zijn slaperige woondorpen met alleen in de eerste een winkel en een werf. Van de molen waar Baskemølla naar is genoemd bestaat alleen de onderkant nog maar. De huisjes zijn klein en zien er gezellig uit, ze zijn gegroepeerd rond het vissershaventje waar wij liggen en klimmen tegen de helling op van het achterliggende land. Even verderop bereiden de Zweedse militairen zich alvast voor, op een treffen met de idioot ' poetin' van Rusland. Om nu naar Hanö te zeilen moeten we minimaal 12 mijl uit de kust ten noorden van Baskemølle blijven, anders lopen we de kans een schot voor de boeg te krijgen. Er is hier een vrij omvangrijk militair oefen gebied. Door de overwegend westelijke winden hebben we veel kunnen zeilen, hetgeen zeer prettig is ook gezien de staat van onze koelwaterpomp.

Hanö

Het eiland Hanö is ook een creatie van de krachten die loskomen tijdens de ijstijden, alleen is het hier geen oude zeebodem als basis maar een blok graniet dat gemarteld en geschuurd onder het ijs vandaan kwam. Als je bij een wandeling over het eiland loopt dan vind je glad geslepen graniet platen met schuur krassen op het oppervlak, alle oneffenheden zijn eraf geknapt en zijn met het ijs meegevoerd naar elders. Aan de lij zijde van het eiland zijn zeer veel rolstenen te vinden die hier zijn achter gelaten door het smeltende ijs en het spoelende smeltwater. Ook apart is dat er zeer veel herten rondlopen en dat ontdekten we bij thuiskomst aan boord, nog meer teken. We hebben er ruim 20 van Thorda afgeplukt en die verzopen, gevierendeeld of levend gecremeerd. Het blijkt dat de gehele zuid-oostkust van Zweden stikt van de teken. Op Hanö kwamen we ook een Engelse begraafplaats tegen met zeker 20 graven van matrozen van de Britse marine, die hier op het eiland een steunpunt hebben gehad tijdens de Napoleontische oorlog tot Napoleon bij Waterloo werd verslagen. Zweden schaarde zich namelijk aan de Franse zijde. Beide hadden een appeltje te schillen met de Russen, vandaar deze wederzijdse genegenheid. De Britten waren hier ook alleen maar om het continentale stelsel (het verbod om met Engeland te handelen van Napoleon) te omzeilen door middel van een uitgebreide smokkelhandel op het eiland. Iets dergelijks vond ook plaats op het in de Noordzee gelegen, Helgoland.
Het eerste eiland in de baai van Hanö waar wij het anker uitgooiden was Tärnö. Langs de kust stonden veel huizen die als tweede huis dienst deden, een vaste bevolking woonde hier momenteel zeer waarschijnlijk niet. Vroeger woonden hier vissers die te weinig vingen om in hun levens onderhoudt te voorzien. Daarom was het eilandje in de 19e eeuw doorsneden met muurtjes om diverse percelen af te bakenen, zodat de vissers hun karig bestaan konden aanvullen met een keuter boeren bedrijfje. Deze muren en muurtjes waren nu overwoekerd met bos, het moet een heidens karwei zijn geweest om al die losse stenen tot muren te stapelen. Even later sprak ik een bewoonster van een van de huizen die me vertelde dat het meeste werk was gedaan door gevangenen die hier te werk werden gesteld, tja het is wel zwaarder dan wasknijpers in elkaar zetten, maar je bent wel in de buitenlucht. De ankerbaai hier is wel open van noord-west naar noord-oost zodat je wel goed moet kijken naar de te verwachten windrichting. Als we ankeren gaan we met de bijboot naar de wal om te wandelen met Thorda of om boodschappen te doen, het was de eerste keer even vreemd voor Thorda om van de boot af te springen in de bijboot, maar dat went heel snel nu zit hij er vaak al als eerste in. Toen de tijd was gekomen om te vertrekken kwam de vrouw met wie ik had gesproken over de geschiedenis van Tärnö, nog even aan gevaren om ons twee verse schollen te brengen, heel lief.
Er stond een leuk windje, zodat we gemoedelijk op alleen de halfwinder naar de volgende ankerbaai zeilden, Ärpö, 20 mijl verder naar het oosten. De ankerbaai was knusser dan in Tärnö, en er was een steiger die vol lag met Zweedse boten. Het was weekend en ze kwamen het hier vieren. De steiger was omgebouwd tot een groot terras. Gastvrij boden ze ons een plaats aan de steiger aan, maar dan moesten we een hekanker uitgooien en de hond over de boeg van boord halen, dat was erg omslachtig en zwaar. Dus gingen we even verder op voor anker, dat was vanwege hun uitbundige feestvreugde ook rustiger. Op Ärpö en de omringende eilanden wandelden veel runderen rond, en in het midden van Ärpö lag een prachtig vervallen landhuis, uitkijkend over een baai naar het zuiden toe, je zou er zo je intrek in willen nemen. Zondag avond vertrokken de Zweden weer, hun weekend was voorbij en nadat we ze hebben uitgezwaaid was de baai voor onszelf.

Karlskrona

Het volgende doel was Karlskrona, de marine haven van Zweden. Vanaf Ärpö was het slechts 8 mijl, maar dan moest je wel door een brug. Via de marifoon aanroepen had geen zin want er was geen marifoon kanaal, alleen een telefoon nummer dat niet werd opgenomen. Dus wij voeren om de landtong heen en arriveerden in de jacht haven van Karlskrona. Een bezoek aan het Marine museum is in deze stad natuurlijk een must. De tentoonstelling is een beetje doorsnee marine museum, maar het verhaal van de drie Poolse onderzeeërs die na de nederlaag van Polen tegen Hitlers Duitsland en Stalins Rusland, naar Zweden waren gevlucht sprong er positief uit. Om de neutraliteit te bewaren bleven de bemanningen min of meer geїnterneerd. Na de nederlaag van Hitler en zijn kliek wilden de meesten van hen in Zweden blijven, het is bijzonder wrang dat diegene die er voor kozen om het naoorlogse Polen mee helpen op te bouwen, door de communisten werden gezien als spionnen van het verguisde westen. Velen van hen verloren hun baan en een derde deel werd gevangen gezet in een 'vakantie' kamp in Siberië. Er is in al die jaren weinig veranderd, na de door Stalin ingang gezette koude oorlog, zet nu die andere idioot de wereldvrede op het spel, heb je commentaar dan volgt weer gevangenschap. Dus het idee dat we in 2014 kregen, tijdens onze reis door de Botnische golf en de Oostzee, van de Russische dreiging heeft zich in ernstige mate voortgezet en zelfs zover dat Finland en Zweden zich willen aansluiten bij de N.A.V.O.! Hiermee eindigt voor Zweden een 200-jarige periode van neutraliteit. Dit is een teken aan de wand, het is momenteel
Karlskrona was in 1611 gebouwd door koning Karl Gustaaf die een vloot basis nodig had, die 's winters niet dicht vroor zoals de haven van Stockholm. Zweden was in die tijd voortdurend in oorlog met Denemarken en Rusland, bovendien vocht het een robbertje mee in de Duitse dertig jarige oorlog die eindigde in 1648. De opzet van deze marine stad is duidelijk te herkennen als vestingstad, en het is nog steeds de Zweedse marinestad.
Het probleem met Zweden voor ons zeilers is dat het vakantieseizoen pas officieel 15 juni begint, tot die tijd is er veel dicht en het lijkt er op dat pas na het feest van de langste dag alles open gaat. Het komt ons een beetje ongeïnteresseerd over en dat is jammer. Overigens is de stadshaven van Karlskrona van alle gemakken voorzien, ondanks de afwezige persoonlijke havenmeesters.
Na een paar dagen in deze stad te hebben gelegen wordt het weer tijd om aan de terugtocht te denken. Het is al weken te koud met overwegend westelijke winden, dus trossen los en in kleinere bezeilbare etappes terug. Wij gooiden het anker uit bij Tromtö in een prima ankerbaai, de keuze werd bepaald door de aanwezigheid van de, volgens zeggen, alweer grootste IJzertijd en Viking begraafplaats. Nu dat viel tegen, of laat ik het zo zeggen, het oogde kleiner, bovendien was er een deel vernield in de loop der eeuwen. De wandeltocht vanaf de ankerplaats en terug voerde door een prachtig oud beukenbos. Heel veel oude vergane beuken liet men hier staan om het insectenleven wat aan te zwengelen, deze restanten zaten vol met insecten en gangen van allerlei soort. Zweden is een relatief schoon land en ze doen veel voor de natuur.
Het aantal mooie beschutte ankerplekken in de Hanö bocht viel een beetje tegen in vergelijking met de scheren aan de oost kust van Zweden, maar het haventje van Hanö en Karlskrona zijn zeer de moeite van een bezoek waard.

Käsabrega

Op de langste dag, 21 juni, zeilden wij weer bij het Bornholms gat de Hanö bocht uit en meerden af in het idyllische haventje van Käsabrega. Boven op de hoge kust staat een enorme boot vormige steencirkel, en het was een drukte van belang want veel mensen wilden de zon zien ondergaan over de hielsteen van dit bronstijd monument dat alleen op de langste dag plaats vindt. Muziek en Zweedse toespraken waren ons deel. Het mag duidelijk zijn dat dit zogenaamde Viking heiligdom meerdere functies heeft gehad en duidelijk van oudere datum is dan de Vikingtijd, hierop wijzen ook sommige rotsgraveringen op een aantal stenen.

Stege

De overheersende windrichting bleef maar west, maar met een tussenstop in Gislövlage, het mooi ogende 'Bloemendael' van Trelleborg ( alleen de familie Flodder ontbreekt) en met een beetje kruisen kwamen we in de Deense wateren aan bij de hoofdplaats van het eiland Mön, Stege. De naam is afgeleid van de Viking tactiek om palen in de zeebodem te slaan tot net onder water, om op deze wijze een aanval vanuit zee te voorkomen. Uiteraard was er wel een doorgang die alleen aan plaatselijke vissers en zeelui bekend was. Valdemar I liet in de 11e eeuw in deze oude Viking woonplaats een vesting bouwen, de stad ontwikkelde zich tot een welvarende handelsplaats die voornamelijk gebaseerd was op de haringvangsten. Op het eerste gezicht is het er foei lelijk want wij liggen in de oude middeleeuwse haven en kijken uit over een rondweg met daaraan een plaatstalen loods die de gehele kade in beslag neemt en het aanzicht bederft. Daarachter ligt de oude stad die levendig oogt met hier en daar nog gebouwen uit de middeleeuwen. Dat de stad pas na de Vikingtijd groot werd, hoeft ons niet te verbazen want de Viking maatschappij was grotendeels opgebouwd rond de agrarische bevolking die verspreid over het land woonden. De stad was in de Vikingtijd hooguit een versterking met haven faciliteiten. Pas met de komst van het Deense koninkrijk en de overgang naar het christendom werden steden steeds belangrijker om er de zich uitbreidende handel en ambachten te vestigen en te controleren, zodat er voldoende geld naar de landheer en de koning vloeide. De adel en de christelijke kerk zorgden er voor dat het gewone volk (de rest) dienstbaar bleef. Van de al vermelde rondweg hebben we geen last gehad maar de tweede nacht werden wij wel ruw uit onze slaap gehaald door een zeer boze zwaan. Hij was als een dolle zijn eigen spiegelbeeld op onze glanzende donkerblauwe romp aan het bevechten, hij blies en flapperde met zijn vleugels en bonkte woest tegen de romp. Nadat ik de sukkel vermanend had toegesproken blies hij de aftocht en konden wij de rest van de nacht verder slapen.
Over het weer hoeven wij niet ontevreden te zijn, weliswaar zat de wind vast gespijkerd uit de verkeerde hoek maar steeds kwamen wij verder naar het westen. In de Deense wateren is er een keur aan ankerplaatsen en havens waar we naar hartenlust kunnen rondwandelen met ons jongste bemanningslid, Thorda. Je komt zo op plaatsen waar je anders wordt weggekeken als notoire gluurder, nu ben je gewoon een persoon die dat leuke hondje uitlaat. Je hebt zo aanspraak en Thor vindt het fijn om door nieuwe mensen te worden aangehaald, zo zit hij ook vaak op het dek rond te kijken in de hoop dat hij door een passant even wordt geaaid, als hij nu maar geen kapsones krijgt.

Laboe/Kiel

Het is inmiddels 3 juli en wij dobberen al een paar uur met veel te weinig wind vanuit Bagenkop op Langeland in de richting van de Kielerförde, het begon zo goed en de voorspelling was perfect, maar helaas de wind hield zich niet aan deze afspraak. Toen de voortgang al een tijdje onder de 2 knoop gezakt was werd de diesel aangeslingerd en de zeilen geborgen. Aan het eind. van de middag kwam er weer een leuk windje opzetten, maar toen lagen wij al lang en breed in de haven van Laboe met de Walkura. We zaten zelfs al op een terrasje aan de boulevard te genieten van een hapje en drankje, waar wij het strandleven en het gewriemel van de vele bootjes bekeken. Dit wordt niet voor niets "het zeilers mekka" genoemd. Daar tussendoor schoven de majestueuze zeeschepen van en naar het Noordoost zee kanaal. Verderop aan de boulevard speelden bandjes op een tijdelijk podium, het is geen straf om hier je tijd te verdoen.
Het wachten is op het kenteren van het weersysteem, de noordwester die voortdurend boven de Noordzee waait geeft in de Duitse bocht hele vervelende golven. Volgens de lange termijnverwachting schijnt er over een week een paar dagen een zwakke wind uit het Oosten te komen. Dus moeten we tegen die tijd in de monding van de Elbe klaar zijn om naar Nederland te zeilen. Dat wordt nog even genieten van het Kieler kanaal, zoals het Noordoost zeekanaal ook wel wordt genoemd. Zoals we bij het verhaal over Rendsburg al hebben gezien was er al zeer vroeg in de geschiedenis behoefte aan een vervoersmogelijkheid van de Noordzee naar de Oostzee. Het was al een hele prestatie dat eind 18e eeuw een Eider kanaal werd gegraven dat gezien het technisch kunnen en de beschikbare financiën een veel te kleine sloot opleverde. Tijdens het premierschap van Otto von Bismarck, begon men serieuze plannen te ontwikkelen voor een groter kanaal. Toen ook de militaire bruikbaarheid begon mee te spelen voor het Duitse Reich, werd onder Kaiser Wilhelm I in 1886 de definitieve beslissing genomen en startte men met het graafwerk voor het kanaal, bijna 9000 arbeiders werden er in dienst genomen. Op 21 juni 1895 werd door Wilhelms opvolger, Wilhelm II, het kanaal officieel geopend.
Als gevolg van het steeds groter worden van de schepen en zeker gezien de Duitse opbouw van zijn vloot om het Britse imperium ook op zee naar de kroon te steken, was het kanaal alweer gauw te klein. Vlak voor de eerste wereld oorlog was de eerste verbreding en verdieping een feit. Later zijn nog steeds meer verbredingen noodzakelijk door het toenemen van het scheepsverkeer met nog grotere zeereuzen. Tijdens onze reis tussen de Noord en Oostzee zijn wij getuige van weer verbreding en verdiepingswerkzaamheden van het kanaal. Ook komt er naast de bestaande 4 sluizen aan beide kanten van het kanaal nog een 5e sluis zeer grote sluis bij. Van de bijna 350 kilometer kortere en veiliger route maken per jaar tot wel 40.000 schepen gebruik.

Brunsbuttel

Bij het wachten op gunstiger weer lagen we ook een paar dagen in het haventje van Brunsbuttel, waar we op het aanpalende marktplein een soort vlooienmarkt meemaakten. Veel mensen slenterden langs de uitgestalde waren om ergens in een van de kraampjes de aankoop van hun leven te ontdekken. Het was een gezellige drukte, niet alleen liet onze hond Thorda zich van zijn beste kant zien door op het voordek te poseren tot vermaak van velen op de markt. Ook was er een Duitser met een klein terriër achtig hondje die zijn vaste plek bij een viskraam had ingenomen om iets te eten en te drinken. De man had een beetje onenigheid met zijn hondje, als die een klein kefje liet horen, omdat er iemand te dicht langs liep dan reageerde de man door op een zeer fors volume; NEIN!, te schreeuwen tot hilariteit van ons en de overige markt bezoekers. En dit ging de halve middag zo door. De humor ligt op straat wordt er wel eens beweerd, maar geloof ons ook wel eens in het water! Achter ons in de haven lag een grotere zeilboot uit Zweden, deze mensen waren zeer aardig en redelijk veel jonger dan ons, die de pensioen gerechtigde leeftijd al dicht naderen. We verbaasden ons echter over de enorme omvang van de nog jonge moeder. Later die dag kregen ze visite en aan het lichaam van de pas aangekomen vrouw te zien de ouders van onze dikke achter buurvrouw. Het werd nog fraaier, een dikke plons, kleine tsunami en oma verdween vanaf de voorpunt van de boot pardoes in het water, het duurde zeker vijf seconden voordat ze weer boven water verscheen. Het zoontje kwam proestend van het lachen weer in de achterkuip van hun boot, maar er waren drie man voor nodig om oma weer op de steiger te krijgen, daarop moest het zoontje huilen. Een toevallige passant die te hulp was geschoten deed ons voor hoe hij de vrouw bij haar (onder)broeksriem omhoog sjorde......... een heel gewicht.
Maar aan alles komt een eind en morgen vertrekken we naar Cuxhaven en om twee uur in de nacht maken we ons klaar om met het tij de Elbe te verlaten en naar onze thuishaven te gaan. Het weer liet zich van een goede kant zien en over een kalme zee, doordat de wind uit oostelijke richting al een dag eerder naar het Oosten was gedraaid, was de noordwestelijke deining behoorlijk afgeflakt en restte ons een rustige prettige zeiltocht naar Nordeney om vandaar binnendoor weer in Delfzijl te arriveren.

verhalenOostzeeHanobochtverhalenOostzeeHanobochtverhalenOostzeeHanobochtverhalenOostzeeHanobochtverhalenOostzeeHanobochtverhalenOostzeeHanobochtverhalenOostzeeHanobochtverhalenOostzeeHanobochtverhalenOostzeeHanobochtverhalenOostzeeHanobochtverhalenOostzeeHanobochtverhalenOostzeeHanobochtverhalenOostzeeHanobochtverhalenOostzeeHanobochtverhalenOostzeeHanobochtverhalenOostzeeHanobochtverhalenOostzeeHanobochtverhalenOostzeeHanobochtverhalenOostzeeHanobochtverhalenOostzeeHanobochtverhalenOostzeeHanobochtverhalenOostzeeHanobochtverhalenOostzeeHanobochtverhalenOostzeeHanobochtverhalenOostzeeHanobochtverhalenOostzeeHanobochtverhalenOostzeeHanobochtverhalenOostzeeHanobochtverhalenOostzeeHanobochtverhalenOostzeeHanobochtverhalenOostzeeHanobochtverhalenOostzeeHanobochtverhalenOostzeeHanobochtverhalenOostzeeHanobochtverhalenOostzeeHanobochtverhalenOostzeeHanobochtverhalenOostzeeHanobocht