Walkura, klik voor startpagina. Walkura, klik voor startpagina.
ZuidNoorwegen.jpg

Vrijdag avond kwam onze zoon Roy aan boord, net op tijd voor het eten. Gelukkig voor hem want vanaf 's morgens vroeg was hij al onderweg om vanuit Nederland hier te komen. Het plan was om met een auto en tentje Ierland rond te rijden op zoek naar interessante zaken. De volgende morgen duurde het tot 11 uur voordat alle spullen uit de Walkura waren opgediept en een plaatsje hadden gevonden in de huur Hyundai. Het schema was dus al redelijk vertraagd, maar ach het was ook vakantie dus wat maakt het uit. Wij rijden via allerlei binnenwegen door een prachtig, ietwat rommelig landschap van West Ierland. De coulissen achtige landbouw gronden lijken het meest in gebruik voor een soort extensieve veeteelt. De percelen worden omsloten door muurtjes van steen of door bosjes die op deze muurtjes groeien door de jarenlange gewoonte om onkruiden en andere troep op de muurtjes te gooien net zolang tot er een laag grond overheen ligt die begroeid raakt met struiken.

The Burren:

The Burren is een gebied dat bestaat uit een immense kalksteen vlakte, deze is ooit gevormd in een tropische zee tijdens de Krijtperiode. Dit kalksteen is min of meer oplosbaar in water met als gevolg dat er enorme spleten en holen in zijn ontstaan over duizenden jaren tijd. In het gebied zijn ook veel onderaardse gangen stelsels waarin heuse rivieren stromen, aan de oppervlakte is dan ook weinig water te vinden. Een specifieke aan de kalkrijke omstandigheden aangepaste flora is hier uitbundig aanwezig. In het plaatsje Kilfenora is een prachtig expositie centrum, waarin de geologische opbouw wordt verteld. Waar the Burren eindigen in de Atlantische oceaan, en waar de golven onophoudelijk op de steile rotsen beuken ontstaan vaak spectaculaire kustvormen, zoals de ‘Cliffs of Moher’. De rotsen rijsen vaak loodrecht uit de oceaan omhoog tot op sommige plaatsen wel 200 meter.

Via de stad Galway kwamen wij door de Mauntuuk Mountains terecht bij de Asleagh waterval. Een prachtige waterval waar de zalmen hoog bij op sprongen op weg naar de bron van de rivier waar zij hun eieren gaan leggen. Het was alleen jammer dat het regende en een beetje mistig was, maar niets kon ons er van afhouden om dit fraais te bekijken. De dag liep teneinde en wij reden door dit typische Ierse weer naar onze camping bij Castlebar. Onderweg konden wij door de mist de 780 meter hoge berg niet zien waar de heilige van Ierland zich 40 dagen zou hebben teruggetrokken. Het is maar net hoe je het noemt als je als slaaf opdracht krijgt om op deze berg de schapen te hoeden, want Patrick was toen eigendom van een rijke schapenboer. Even voor de camping werd het droog en een beetje zonnig, de tent werd droog opgezet en de barbecue ontstoken. Zo eindigde de dag toch nog genoeglijk. Na de veel te sterke koffie, door een inschattingsfoutje van mijzelf, begonnen wij zo strak als een deur aan de volgende etappe.

Carrowmore Megalithic Cementry:

Vlakbij de camping was het eerste bijzondere punt, een groot grafcomplex van meer dan 30 grote graven van 6300 jaar oud. Toen de Neolithische vroege landbouw tijd zijn intrede deed werden dergelijke plaatsen opgericht. Deze plaatsen vervulden zeer veel functies. Het zijn ceremoniële plaatsen, het zijn plaatsen waar de voorouders worden herdacht, het zijn de religieuze gebieden en ook de dodencultus wordt hier uitgevoerd voor en door de stamleden. Tenslotte toont het de verbondenheid van de stam met het omringende grondgebied. De Neolithische tijd heeft met de komst van de landbouw behoefte aan een dergelijk centrum, men woont in de omgeving en verbouwt er zijn voedsel. De grootte van dit Carrowmore, maar ook de grandeur van New Grange, laten vermoeden dat hier al een behoorlijke bevolkingsgroep aanwezig moet zijn geweest omstreeks 4000 jaar voor de jaartelling.

Na de stad Sligo zagen wij langs de kust de ene na de andere Tafelberg verschijnen, waarvan die van Drumcliff de mooiste was. Dit waren de restanten van een hoogvlakte die grotendeels door water en ijs zijn weggesleten. Het landschap van Donegal is werkelijk heel bijzonder en ruig, maar de afstanden die we moeten rijden zijn groot en temeer omdat de wegen hier niet berekend zijn op hogere gemiddelde snelheden trekken we maar langzaam door Ierland, het voordeel is wel dat je veel meer van de omgeving ziet. Tegen het middaguur kwamen wij in Londonderry aan, de ommuurde stad is redelijk mooi, redelijk omdat de muur wel mooi alles omsluit, maar daarbinnen is er nog wel het een en ander verwaarloosd of veel te nieuw en modern en dat vinden wij jammer. Wel waren er nog overal feestversieringen te zien die op de 12e juli zijn opgehangen ter ere van de protestantse oranje marsen en de bonfire’s. Dit is een Noord Iers protestants feest. Hier wordt herdacht dat onze stadhouder Willem de 3e (tevens de nieuwe koning van Engeland) de katholieke Jacobus de 2e, zijn schoonvader verslagen heeft bij de slag bij de rivier de Boyne. Sinds die tijd was Ierland zijn zelfstandigheid kwijt aan de protestantse Engelsen. Eigenlijk is dit feest één grote uitlokking naar het katholieke volksdeel toe, dominee Paisley kan als kwade integrant tevreden zijn. In the name of the lord, halleluja. Even verderop in Ulster lagen nog de smeulende resten van de omstreden bonfire’s. Het mag dan vrede zijn tussen katholieken en protestanten, maar de spanningen zijn er nog zeker. Oranje marsen die door katholieke wijken gaan en de gevaarlijke situaties met de bonfire’s. Bovendien als je een kerk wilt bekijken dan moet je eerst aanbellen, en dat is elders heel ongewoon! Politiek vliegen ze elkaar ook steeds in de haren over van alles en nog wat.

Na enige uren, uiteraard veel te kort in Derry te zijn geweest, zijn wij door gereisd naar de Giant’s Causeway, de trap van de reuzen. Dit is een enorm veld met zeskantige basalt blokken die de zee inloopt, maar de omringende kust is ook zeer de moeite waard. Lava en graniet lagen wisselen elkaar af, als stille getuigen van een turbulent verleden met vele vulkanische uitbarstingen. Terwijl het zuiden van Ierland voornamelijk is opgebouwd uit miljoenen jaren oude zeebodems die in latere tijden omhoog zijn gekomen, is het noordelijk deel meer door vulkanisme ontstaan. Het was al laat dat wij hier arriveerden, maar de kust is vrij te bezichtigen en voor de verandering scheen de zon volop, hoe on Iers. Het lag in de bedoeling om op een camping in Bushmills te overnachten, maar alles zat vol en na 6 uur waren de recepties niet meer bemand, heel vervelend! Dan maar pionieren in de bush-bush, even later vonden wij een heerlijk rustig plekje vlak bij enkele windmolens en wat bebouwde graanveldjes, lekker goedkoop bovendien. Over het landschap in Ulster valt het ons op dat er meer in cultuur is gebracht en het oogt veel geordender in vergelijking met west Ierland. De huizen en boerenbedrijven zijn over het algemeen ook minder rommelig. Dit verschil zal ons bij het verlaten van Ulster aan de zuidkant naar Ierland toe in mindere mate opnieuw opvallen. Armagh, een oud stadje dat ook nog eens de hoofdzetel van de katholieke kerk is maar ook de anglicaanse kerk. In het jaar 455AD zou de heilige van Ierland, Patrick hier een kerk hebben gesticht. Er zijn er nu dus twee St Patricks kerken. Geen van beide hebben wij binnen kunnen zien maar bij de anglicaanse was een prachtige klooster tuin.

Armagh lijkt nog het meest op een niet al te druk bezocht bedevaartsoord, dat ondanks zijn aardige voorkomen verder niet zoveel heeft te bieden. Wij reden Ierland weer binnen waar wij 90 kilometer verder in de Boyne valley op een wat armetierige camping gingen staan, wij waren echter zeer te spreken over de ruime en rustige plek. De reis hierheen bevatte geen echte hoogte punten, of je zou het landschap moeten noemen dat, ook hier zeker de moeite waard is! Het in vele schakeringen voorkomende groene landschap is prominent aanwezig, maar de oorzaak daarvan is de overmaat aan buiigheid en mistige omstandigheden, waar wij duidelijk minder over te spreken zijn. Dit gegeven is zeer waarschijnlijk de oorzaak van de vele Ierse pub’s waarbinnen de zonnige gezelligheid heerst. Naast de Lough crew camping bevondt zich weer een megalithisch grafveld waarvan het grootste graf zich boven op een 276 meter hoge heuvel bevond. Dit graf was te bezichtigen en bewerkt met prachtige decoraties en het is tevens een soort kalender, want net als bij New Grange, vallen de zonnestralen bij zonsopkomst op de 21e van maart en september op de achter wand van de tombe. Deze ceremonieële functie geeft het begin van de Lente en Herfst aan. Dus de zaai tijd en de oogst tijd. Nog een functie van dergelijke plaatsen. Ons volgende hoogtepunt zou de wereld vermaarde grafheuvel van New Grange moeten zijn, maar helaas door de enorme drukte zouden wij uren moeten wachten voordat wij eindelijk aan de beurt waren. Dat ging dus niet door en bleef er alleen het museum, de film en een gulle blik op New Grange op gepaste afstand over. Dit is mijn grootste deceptie van onze reis naar Ierland.

Dublin:

Om ons even ruim de tijd te gunnen in Dublin rond te banjeren, zijn wij twee dagen neergestreken op een erg lawaaiige camping net buiten de stad aan een veel te drukke snelweg. Wel was er een goede busverbinding met het centrum dus enige pub’s konden alvast de glazen klaarzetten. Dublin is een drukke maar mooie stad, er heerst ondanks de regen vandaag een gezellige sfeer. De Ieren trekken zich weinig aan van een beetje neerslag. Van een vriendelijke inwoner hoorden wij dat de woonruimte hier vreselijk duur is, zowel huren als kopen. Hij ergerde zich aan de vele toeristen, het was er volgens deze zegsman de oorzaak van dat ook alle prijzen van drank en levensmiddelen zo verschrikkelijk hoog waren. Een glaasje wijn kostte in Dublin 8,45 en in de rest van Ierland meestal rond de 5,50, wat in onze ogen ook al aan de hoge kant is. Ik denk echter dat het aan de overheid ligt die na het bankroet van het land in het jaar 2008, op deze wijze binnen 5 jaar de boel weer op de rails heeft gezet. Dat is wel even een beter beleid als dat van de Grieken! Een Duitser die wij in Crookshaven tegenkwamen, drukte het zeer kernachtig uit “Sie peitchen ihr ars zusammen und sie zahlen”.

De onafhankelijkheid die in 1922 een feit was, is in Ierland een heuglijk en belangrijk iets waar ze terecht erg trots op zijn. De mannen die hier voor streden staan letterlijk en figuurlijk op een voetstuk. In alle musea en in de prachtige City Hall wordt dit onder anderen uitvoerig onder de aandacht gebracht. Zelfs in het St Stephens Green park worden allerlei beelden getoond van dit feit. Een andere gebeurtenis die als een rode draad door de Ierse geschiedenis loopt is de “Great Famine” van 1845 tot aan 1850. Een verschrikkelijke hongersnood door het mislukken van de aardappel oogsten waarbij tot overmaat van ramp nog cholera en tyfus epidemieën uitbraken onder de verzwakte bevolking. Bijna 1,5 miljoen Ieren stierven, en nog veel meer ontvluchtten het land. De bevolking liep in enkele decennia terug van 8 miljoen naar 3,5 miljoen inwoners. Dat Engeland een zeer dubieuze rol speelde in deze kwestie mag duidelijk zijn. Ze kozen ervoor om de andere kant op te kijken en geen enkele hulp te bieden, dan hoefden ze er later geen kogels aan te verspillen om de altijd maar weer opstandige Ieren in het gareel te krijgen. De vele ruïnes in Ierland zijn hier ook grotendeels het gevolg van, hoe romantisch zij ook in het landschap staan er steekt een tragedie achter! De geplande rondtocht over de rivier de Liffey ging niet door omdat de zaak al sloot om 17.00 uur, dat was erg jammer want dan konden wij deze door de Vikingen gestichte stad vanaf het water aanschouwen. Dus waren wij genoodzaakt ergens een leuke pub te zoeken, dit was zeker geen probleem en de diverse soorten Irish Stew smaakten voortreffelijk evenals overigens het bier.

De reis naar het zuiden voerde ons langs de Rock of Cashel. De zetel van de vroegere koningen van Munster, een van de vele koninkrijkjes van het oude Ierland. Aangezien zij door de eeuwen heen zeer machtig waren werden zij soms gekozen tot hoge koning, dit was zo’n beetje de voorzitter van alle Ierse koningen. Aanvankelijk werden die hoge koningen ingewijd door de Druïdes maar vanaf de 4e eeuw door de bisschoppen of priors van de kloosters. In de 12e eeuw werd de Rock of Cashel aan de kerk gegeven en bebouwd met een klooster en een cathedral. Deze staan nu nog als een prachtige ruïne op de Rock. Eigenlijk veranderde er niet zoveel want in Ierland waren veel koningen ook tevens bisschop. In Cork hebben wij vlak bij het centrum van de stad een hotelkamer gehuurd om van de Ierse muziek te kunnen genieten tot in de wat latere uurtjes. Maar hier heb ik al uitgebreid over bericht in het vorige verslag. Met de auto zijn wij zeven dagen rondgereden door een werkelijk prachtig landschap, het is bij dit soort korte trippen onvermijdelijk dat je zeer veel niet bezoekt, vanwege tijdgebrek, maar zo heb je de volgende keer ook nog weer wat nieuws te ontdekken.

Er waren eens drie toeristen uit het verre Nederland

Die na wat omzwervingen in Limerick waren beland

Maar ach wat viel er hier toch verschrikkelijk veel regen

Zelfs de Ieren konden er zo nu en dan niet meer tegen

Op deze wijze liep de hele vakantie nog uit de hand

Gelukkig was de Ierse Pub hier een zonnige zegen.

LogboekDeel4LogboekDeel4LogboekDeel4LogboekDeel4LogboekDeel4LogboekDeel4LogboekDeel4LogboekDeel4LogboekDeel4LogboekDeel4LogboekDeel4LogboekDeel4LogboekDeel4LogboekDeel4LogboekDeel4LogboekDeel4