Walkura, klik voor startpagina. Walkura, klik voor startpagina.
SmogenZweden.jpg

De overtocht:

Het was een vreemde zeilreis naar onze bestemming Ierland. Cork harbour werd ons aanlandingspunt, 140 mijl vanaf de Scilly eilanden. Zeven uur 's morgens was ons vertrek gepland. Het was nog steeds erg warm net als vannacht, zodat wij niet best hebben geslapen. Maar niet getreurd, er stond een leuk windje zoals voorspeld, 3 Bft uit het oost noordoosten, dus het leek een rustige oversteek te worden.

De enige inspannende actie bestond uit het aanbrengen van voldoende zonnebrandolie factor 12. De Walkura sneed niet afgeremd door het water van de Atlantische oceaan. Tegen het eind van de middag werd het even bewolkt en zakte de wind iets in dus werd onze halfwinder in de mast gehangen en ging het weer met ruim 4 knoop richting Ierland. Helaas na een aantal uren verdween ook deze wind langzaam en na een uur kwakkelen werd de motor gestart. Gelukkig was dit intermezzo maar van korte duur en kon het zeil de voortstuwing weer overnemen. De zon ging onder bij een aantrekkende wind, de snelheid liep aanzienlijk op tot 7 á 7,5 knopen, daarbij werd de zee ruiger. Toen de wind nog verder toenam, moest er voor de nacht zeil worden geminderd. Na deze actie bleven wij iets prettiger met dezelfde snelheid door denderen. Alles aan dek werd nat en zo stuiterden wij door de nacht met een niet voorspelde dikke 6 Bft. Om drie uur 's nacht zagen wij een hele vloot kleine 7 meter zeilboten dwars op onze koers aankomen. Het waren trans Ocean solo zeilers, die een wedstrijdje Fastnet rock aan het afwerken waren. Wij scheerden er mooi tussendoor zonder te hinderen.

Bij het krieken van de dag kwam de kust in zicht en stoven wij even later Cork harbour binnen. Even later lagen wij voor anker in Crosshaven, een voorstadje van Cork. Dit was een zeer snelle oversteek van gemiddeld 6,5 knoop en dan alleen maar omdat de voorspelde 3 á 4 Bft plotseling ruim 6 Bft werd. Van slapen kwam niet veel onderweg dus gaan wij na aankomst even te kooi.

Crosshaven is de eigenlijke jachthaven van Cork maar ach wij vinden het maar niets, natuurlijk er zijn Marina's en een supermarkt, maar dan heb je het ook wel gehad, terwijl Cork op 10 mijl afstand ligt te lonken.

Cork, de muziek stad van Ierland:

Wij varen dus die 10 mijl de rivier de Lee op en storten ons in de gezellige drukte van de stad. Het centrum van Cork is gelegen op een eilandje waar de Lee zich splitst. Er zijn hier heel veel kleine winkeltjes die de meest vreemde en soms ook nutteloze zaken verkopen. Om de drie panden bevindt zich zowat een pub waar zeer frequent live muziek ten gehore wordt gebracht, zowel traditioneel net als gewone bandjes.

Zowaar kwamen wij bij onze voettochten door Cork ook een blues café tegen en plotseling kregen wij last van vermoeide voeten en een droge keel. De eigenaar van dit nogal rommelige café was de organisator van het "Rory Gallagher blues festival", jammer genoeg niet tijdens ons verblijf in de stad.

Cork is de stad waar Rory Gallagher woonde en bekend werd. Zoals een goed Ier betaamt, was hij niet vies van een stevige hoeveelheid geestrijk vocht, iets te veel en dat kostte hem zijn lever. Hij kreeg een levertransplantatie die goed lukte, maar enige tijd later overleed hij aan een ernstige longontsteking op veel te jonge leeftijd.

Een journalist vroeg eens aan Jimmy Hendriks, "Hoe voelt het om de beste gitarist van de wereld te zijn?" Hij antwoordde " Dat weet ik niet, dat moet je aan Rory Gallagher vragen!".

De stad Cork houdt in ieder geval zijn naam hoog. Naast allerlei bezienswaardigheden en de oude stad, in de 10e eeuw gesticht door de Vikingen op dit eiland in de rivier, waren wij 's avonds graag in de stad bij enige muzikale optredens, van naar onze bescheiden mening een redelijk hoog niveau.

Na drie dagen werd het tijd te vertrekken en de reis naar de westkust te vervolgen. Het weer was ietwat vreemd en in een vlagerige wind en veel bewolking zeilden wij met snelheden tussen de 2 en 8 knoop met de stroom mee langs de zuid kust.

De eerste ankerplek die wij uitkozen was een erg bijzondere, de hole cave bay. Wij lagen in een baai beschut voor de wind, die beschutting bestond uit een landtong die als een halve cirkel in zee stak. Maar op het smalst van deze rots waren gaten waar doorheen je de zee aan de andere kant kon zien. Je kunt er met een bootje doorheen varen, de wanden waren beplakt met Meeuwen en Alken nesten. Met onze bijboot zijn wij op driekwart van de grot geweest, maar toen we de brekers aan de andere kant zagen, zakte ons de moed in de schoenen. (of misschien kwam het verstand in actie)

Ierland bestaat in het zuiden voor het grootste deel uit oude zeebodem van meer dan 385 miljoen jaar oud die daarna omhoog is gekomen. De eindeloze opeenvolging van lagen is zeer goed te zien, vaak vreemd verfrommeld door de enorme druk van deze opheffing. Een van de minder slijtvaste lagen is er in deze baai door de constante zeegolven tussen uit geërodeerd.

De zuidkust van Ierland is redelijk goed te bezeilen, het weer is licht maar overwegend bewolkt. De dagen met zon schijnen achter ons te liggen. Crookhaven op de uiterste zuidwest punt van Ierland, is een zeer goede en mooie beschutte ankerbaai met een leuke pub aan de haven, de O'Sullivans pub. De ingang van de baai ligt vanaf de Fastnet Rock enige mijlen naar het noorden.

Het valt ons op dat hier heel veel bewolking voorkomt die als een soort mist over land en zee trekt. Alles komt in een soort diffuus licht te liggen, ondanks dat kun je nog redelijk ver zien. Het rare is nu dat er zo nu en dan regen uit valt die de grond niet nat maakt, maar je ziet ze wel vallen. De druppels zijn zo klein dat ze verdampen zodra ze een warm oppervlak raken, alle metaal en glas delen worden wel nat evenals onze zeilpakken.

Wij zijn 5 dagen in deze beschutte baai blijven liggen om op rustiger weer en wind uit de goede richting te wachten om de kapen aan de west kust te kunnen ronden. De tijd vloog voorbij met het fietsen bergje op en af in de omgeving, het onderhoud en schoonmaak werkzaam heden, lopen en wat er nog meer te bedenken valt. Op zondag de dag voor ons vertrek uit deze vriendelijke baai zaten wij toevallig even in de O'Sullivans, toen er de "Blessing van de boats" plaats vond. Ook onze Walkura werd gezegend en dat geeft moed voor de toekomst.

Bij het begin van deze Ierse logboeken reeks heb ik de 'waas van mystiek over Ierland' genoemd, die door Maarten Toonder zo mooi werd verbeeld. Dit moet volgens ons een grote vergissing zijn geweest. Ze zullen bedoeld hebben 'Misty Ierland', want het vervolg van de reis aan de west kust was maar een natte aangelegenheid met zijn opvolging van wolken, mistbanken en regen. De uren zonneschijn was op de vingers van een hand te tellen. Ook waren de oceaan deining en windgolven op bepaalde route's nogal zwaar. In de reeks "zaken die het begeven" kunnen wij weer wat bijschrijven. Het staaldraad van de grootzeilschoot knapte door de ruige golfslag en de elektrische ankerlier begaf het als gevolg van binnen gekomen zeewater.

Nadat wij een aantal van zulke tochtjes hebben gehad en enige malen geankerd zijn geweest lokt ons de luxe van een goede haven. Dit om de voorraad drinkwater op peil te houden maar nog meer om de persoonlijke hygiëne weer op to date te brengen. In de marina van Cahersiveen was echter de douche buiten gebruik en de wasmachine niet meer aanwezig, maar wel de volle mep haven geld van 25 euro vangen!

In onze zeilkleding kunnen wij nu zonder problemen champignonnen kweken, dus deze haven was wel even een teleurstelling.

Wij zetten nu toch wel enige vraagtekens bij deze "Blessing of the Boats". Wij konden het weten, want de priester zei nog dat hij voor mooi weer had gebeden tijdens de blessing, nou het regende dat het goot.

Skellig Michael, het klooster eiland.

Zeilend langs de kust naar het noorden, kwamen wij bij de Skellig eilanden, hier bevinden zich uit de 7e eeuw stammende monniken cellen met later daarbij gebouwd een klooster en een abdij. Op deze woeste plaats in de Atlantische oceaan 8 mijl uit de kust vestigden zich monniken om ongestoord hun geloofsbeleving te kunnen volgen. Daarnaast werkten ze zich in het zweet om op deze kale bergtop in zee onderkomens te bouwen en traptreden uit te hakken (3 maal 600 stuks). De kleine vlakke stukjes van het eiland werden als tuin gebruikt voor voedsel samen met wat schapen en geiten. Het naast gelegen eiland waar een Jan van Genten kolonie was, leverde vogels en eieren, de zee was er voor de visserij. Het klooster werd in de 13e eeuw verlaten omdat de storm frequentie enorm toenam en het klimaat werd een stuk kouder. Het werd moeilijk om van hier op geregelde tijden naar de kust te komen en het eigen verbouwde voedsel werd ontoereikend voor de bijna 20 monniken. Dit complex is byzonder goed bewaard gebleven en staat nu op de lijst van Unesco van 's werelds erfgoed.

Wij moesten de te harde noordwester even laten uitblazen en maakten van de gelegenheid gebruik om Valentia eiland te bezoeken. In het jaar 1857 kwam hier de eerste Trans Atlantische telegraaf kabel vanaf de Verenigde Staten aan land. Een bericht dat voor die kabel minstens 10 dagen onderweg was om de overkant te bereiken deed er via de telegraaf kabel minder dan 10 minuten over. In 1868 werd de tweede verbeterde kabel al op de zeebodem gelegd.

In het noorden van het eiland zijn op een versteende plaat oude zeebodem, de voetsporen te zien van een Tetrapode, het voorhistorische dier dat als een van de eerste longvisachtigen het land verkende en besloot in het vervolg op dit land te gaan leven 400 miljoen jaar geleden. Het beest zette zijn sporen in de zachte klei, die later onderdruk en temperatuur verharde tot leisteen.

In zuid Valentia is een speciaal museum ingericht over de al genoemde Skellig eilanden, op ongeveer 10 kilometer afstand. Hier krijg je een goed beeld van de leefwereld van de Skellig monniken.

Over het fietsen hier kan ik kort zijn, bergje op erg vermoeiend maar naar beneden een verademing. Ik kan melden dat onze beenspieren enorm geoefend zijn momenteel.

Bij het vervolg van de reis vanaf Valentia eiland was het grotendeels met het zeilen gedaan. De wind liet het grotendeels afweten en dat is op deze woelige wateren erg vervelend want zeilend gaan we veel stabieler door het water. Toch gaan we nog enige mijlen verder om in Kilrush te pauzeren, even een time-out voor het zeilen. Het zeilen hier is tot nu toe niet altijd een prettige bezigheid, in de regen bij te harde wind of helemaal geen wind, je moet er wat voor over hebben om veel van het land te zien. Verder uit de kust is de situatie ongetwijfeld beter, maar ja dan zie je minder.

Onze zoon Roy komt in Kilrush een dikke week over en dan trekken wij het binnenland in met een gehuurde auto. Hopelijk wordt het na die tijd wat de atmosferische omstandigheden betreft een stuk aangenamer. Zodat wij de volgende keer een wat positiever bericht kunnen schrijven.

Het is verbazingwekkend dat ondanks het in onze ogen nogal triestige klimaat, de Ieren zo vriendelijk en toegankelijk zijn. Misschien moeten wij ons daar meer aan spiegelen.

LogboekDeel3LogboekDeel3LogboekDeel3LogboekDeel3LogboekDeel3LogboekDeel3LogboekDeel3LogboekDeel3LogboekDeel3LogboekDeel3LogboekDeel3LogboekDeel3LogboekDeel3LogboekDeel3LogboekDeel3LogboekDeel3LogboekDeel3LogboekDeel3