Walkura, klik voor startpagina. Walkura, klik voor startpagina.
Gletsjer-IJsland.jpg

2019 01 Logboek; van Workum naar Duinkerken.

"In den beginne" waren er de voorbereidingen van de reis, het klaar meken van de Walkura en alles aan boord brengen wat wij de komende vaartocht denken nodig te hebben. Maar ook het gevoel van 'wel jammer' want weggaan terwijl de lente onze tuin doet exploderen met een overdadige bloemen pracht en de wetenschap dat als wij over een halfjaar terug komen, wij de onstane wildernis met klewang en grof geweld weer tot orde moeten roepen, ja zelfs deels opnieuw moeten ontginnen. Maar dan de drang of kriebels om nu eindelijk weer eens water onder de boot te horen bruisen, de golven te doorklieven, het gegorgel van een voortzeilende boot, kortom het leven weer terug te brengen tot de juiste proporties.
De nietige mens die met vernuft de natuur probeert te bedwingen, helaas voor hem zal dit altijd een utopie blijken te zijn. Terwijl wij door een vervuilde zee varen overvalt ons de gedachte dat uiteindelijk de natuur doorgaat nadat wij onze leef wereld onmogelijk hebben gemaakt en het loodje hebben gelegd. "Moeder aarde slaat terug".
Het is de hoogste tijd om als mensheid te beseffen dat wij onze mentaliteit moeten veranderen, niet meer achteloos plastic, blik en andere smurrie weg flikkeren. Het is aan de individuele mens wereld wijd die dat moet beseffen. Voorlopig zien wij het nogal somber in en varen verder door de met plastic vervuilde zee.

Dit even terzijde want begin mei zijn wij met een volle Walkura van start gegaan, de reis naar Portugal nam een aanvang. Ditmaal voerde onze route langs een aantal mooie Zuiderzee stadjes zoals Enkhuizen, Hoorn en Durgerdam. Iedere keer weer zijn wij blij verrast over het sfeertje en historie die hier eeuwen na de gouden eeuw nog hangt. Voor een belangrijk deel hangt dat samen met een aantal eeuwen van economische stagnatie, zodat de "oude zooi" bewaard bleef en dat is in de laatste decennia vaak liefdevol gerestaureerd. In wezen is hetzelfde gebeurd met Amsterdam waar de authentieke opbouw nog steeds te herkennen is, de steegjes, grachten en huizen. Een deel van de toeristen komt hier niet voor, maar voor de vrij te verkrijgen geestverruimende middelen. Het is echter altijd prettig om na gedane activiteiten in een Amsterdamse kroeg iets te gaan nuttigen. Zo zaten ook wij na een zeer vermoeiende wandeling door onze hoofdstad even bij te komen, 'In't Aepjen' een leuk kroegje op de zeedijk. In vroeger tijden ging na een bepaalde tijd 's avonds de stadspoorten op slot om landlopers en ander gespuis buiten de stad te houden. Reizigers die te laat naar buiten wilden gaan moesten dan maar binnen de stads muren onderdak en een slaapplaats zoeken, want de poorten bleven gesloten tot de volgende morgen. Zeelieden die een tijdje vrij waren om aan wal te gaan waren soms (vaak) ook te laat om nog aan boord te komen, dus gingen ook zij hier naar binnen om nog een drankje en een slaapplek soms in gezelschap van een aapje, die zij van hun reizen naar verre oorden mee terug hadden genomen als huisdier. Zo sliepen allen boven op zolder, waar de meesten onder de vlooien zaten zowel aap als mens. Als dan een propere ongelukkige reiziger de volgende dag thuis kwam met allerlei hippende vlooien en zich een slag in de rondte krabte om de jeuk te bestrijden zei men van diegene "oft hij in den Aep was geloodseert".
Natuurlijk is het mooi in Amsterdam maar na een paar dagen hebben wij daar ook weer genoeg van de drukte en het warme zuiden lonkt. Tot nu toe zit Nederland in een koude luchtstroom en 's nachts koelt het behoorlijk af. Daar tegenover staat dat de wind voor ons in de goede hoek zit, uit noordelijke richting. Deze wind zal er de gehele reis tot aan Duinkerken blijven staan, prima zeilwind! De motor staat alleen aan in het Noordzee kanaal van de Sixhaven naar de werkelijk waardeloze marina in IJmuiden, en dan durven ze ook nog het hoogste liggeld te rekenen, bah!

Gauw weg hier naar Scheveningen, die haven kan onze goedkeuring zeker wegdragen, hier is het gezellig en je kunt naar Den Haag met de tram, als je hier een week zou liggen hoef je jezelf niet te vervelen. Onze volgende stop is Rotterdam waar we naar de oude Veerhaven gaan, een leuke haven praktisch in het centrum van de stad. Natuurlijk ging de tocht over deze drukbevaren watersnelweg niet op het zeil maar tokkelde ons dieseltje er lustig op los. Voor het binnen varen van de Nieuwe Waterweg roep je de verkeersleiding aan per marifoon, die je vervolgens duidelijke aanwijzigingen geeft over wat je moet doen helemaal tot in het centrum. Langs de kant staan hier en daar grote rood omrande borden met een nieuw marifoonkanaal van de volgende sector. Als de situatie er om vraagt, roept de verkeersdienst je op met vaaraanwijzingen. Het is geweldig goed geregeld deze verkeersdienst, maar dat moet ook wel in de drukste haven van de wereld.
Dit uitstapje naar Rotterdam was om onze zoon Roy te bezoeken en natuurlijk even rondkijken in dit economisch zwaartepunt van Nederland. Wij zijn eerder in havensteden geweest waar je aan de stank kon ruiken langs welke fabrieken je voer, bijvoorbeeld in Riga die op dat punt een gore vervuilde troep was, zelfs het water van de rivier daar verschoot soms van kleur door alle lozingen. Dus in onze ogen scoort Rotterdam nog niet zo slecht. Het is daarom ook geen wonder dat de natuur in de Oostzee het zwaar te verduren heeft.

Onze volgende stop is de stad Vlissingen waar wij in de Michiel de Ruijter haven afmeren. Bij eb staat er minder dan 1.30 m water boven de sluisdeur drempels, de sluisdeuren staan meestal gewoon open en alleen bij stormvloed gaan ze dicht. Het is prima liggen hier in de oude VOC haven. Vlissingen, de stad van Michiel Adriaansz de Ruijter die zijn jonge jaren hier al kattenkwaad uithalend doorbracht, is de moeite waard. In de laatste wereld oorlog is er wel heel veel vernield voordat ze weer was bevrijd van de Duitse nazi's. De geallieerden hebben de stad plat gebombardeerd en de dijken van Walcheren vernield. Alleen op deze wijze konden zij de haven stad Antwerpen gebruiken voor de aanvoer van alle goederen dat een leger nodig heeft zonder dat de Duitsers vanaf Walcheren de scheepvaart in de Westerschelde konden beletten.
De Walkura zeilt voort langs de kust van de Noordzee in zuidelijke richting. Nu is het zo dat de dagtochten van ons een gevolg zijn van de heersende zeestromingen veroorzaakt door de getijden werking. De stroming is globaal 6 uur noordwaarts en daarna 6 uur in zuidelijke richting. Het is heel prettig als je de stroom mee hebt want dan ga je tot aan 2 mijl per uur sneller de goede richting uit, wij kijken dus steeds naar een bestemming op ongeveer 6 uur varen. Zo was het nu de bedoeling om naar de Belgische badplaats Oostende te gaan, het vertrek was om halfzeven vroeg in de morgen vanwege de stroming en de hoeveelheid water boven de sluisdrempels, het was nog een beetje nevelig maar omdat wij niet ver uit de kust zeilden konden wij toch het landschap wat aan ons voorbij trok goed onderscheiden. Vaar je bij de Nederlanden nog vaak langs duinen rijen met soms een stads sihouet erachter, in België hebben ze het anders aangepakt. Direct na het strand schuiven zij de duinen plat en bouwen er foeilelijke flats op in een onafzienbare rij. Natuurlijk komt tussen het strand en de flats een brede boulevard te liggen. Op deze wijze is praktisch de gehele Belgische kust volgebouwd met betonnen blokken.
Ja zegt Hennie: die dingen zijn ook gebouwd voor de bewoners die op deze wijze zeezicht hebben, zij zien hun eigen flats niet. De architecten en de Belgische schoonheidscommissies hebben er niet al te veel moeite aan besteedt om het uitzicht van de argeloze zeiler langs deze kusten te verfraaien. Deze horizon vervuiling gaat door tot aan de Franse grens. Zijn er misschien ook verzachtende omstandigheden? Oh zeker wel! Veel kustplaatsen hebben nogal wat te lijden gehad van de Duitse bezetting, er was veel kapot geschoten of voor de atlantik- wal van herr hitler opgeofferd. Na de oorlog toen de woningnood moest worden opgelost was er niet voldoende geld. Dus vandaar deze ontsierende kustlijn, maar ook in Nederland en Frankrijk zie je deze lelijke flats terug, alleen niet zo pontificaal op het strand.

In Oostende kozen wij voor de buiten Marina van de Royal North Sea Yacht Club. Een zeer enthousiaste en behulpzame havenmeester Simon genaamd wees ons een ligplaats. Het is een mooie jachthaven alleen wat hobbelig door de af en aan varende veerbootjes. De stad Oostende is ook redelijk de moeite waard, je kunt vanaf hier met een soort tram de gehele Belgische kust bereizen of het binnen land in.
Als zeiler kun je er in Oostende eigenlijk niet omheen om de prachtige 3 mast klipper "de Mercator" met een bezoek te vereren. Dit schip is vanaf 1930 tot 1960 het opleidingsschip geweest voor de toekomstige zeelui van de koopvaardij. Momenteel is het een museumschip van de gemeente Oostende geworden, maar in onze ogen moet je met een dergelijke schoonheid zeilen.
In Oostende zijn ook allerlei leuke uitspanningen om even iets te drinken, wij kozen voor het kleinste (tevens drukste) café van Oostende met de toepasselijke naam "Kroegske". De oppervlakte was misschien net 14 vierkante meter inclusief de bar, er stonden en zaten 9 mensen en een barkeeper. Iedereen schikte wat op en wij konden er ook bij. Belgen zijn over het algemeen gemoedelijke en toeschietelijke mensen met humor. Wij raakten zo met ze in gesprek, maar vandaag waren ze meer melig een diepgaand gesprek kon er vandaag niet af. Zo vonden zij dat iedere gast welkom was, ook de Duitsers maar die bleven soms wel 5 jaar!
Ook Oostende was in de laatste oorlog kapot geschoten, daar lopen wij langs de hele kust al tegenaan waar wij onze boot ook vast leggen (vandaar dit grapje).
Wat een tegenstelling met het ouden van dagen clubhuis van de RNSYC. De bediening was afstandelijk en de vele aanwezige leden keurden ons geen blik waardig, na het afrekenen moesten wij eerst aan het zuurstof. Bah wat een zichzelf overschattende club. Het is jammer dat de havenmeester zijn inzet door toedoen van het clubhuis weer totaal teniet wordt gedaan!
Meestal blijven wij een of twee dagen in een haven en trekken verder als het weer gunstig is, en zo zeilen wij in vliegende vaart naar Duinkerken, een gemiddelde van meer dan 8 knopen.

Duinkerken is een beetje een beladen stad, hier bevonden zich de Duinkerker kapers zoals bijvoorbeeld Jean Bart (1650-1692). Deze kaper zag kans om bij Texel een flottielje schepen volgeladen met graan van de Nederlanders af te pikken. Hij werd voor deze actie door de Franse koning Lodewijk de veertiende in de adelstand verheven. Michiel de Ruijter is onder anderen door deze brutale actie naar Duinkerken gevaren om "het rovers nest" uit te roken, iets wat hem redelijk goed afging. Maar hier past het wel dat we enige nuance aanbrengen, want ook onze eigen Nederlandse admiraals werden door onze vijanden en dat waren er nogal wat ten tijde en na de 80-jarige oorlog (1568-1648) ook als kaper betiteld. Ik zal even de naam van Piet Hein in gedachte roepen die van de Spanjaarden de Zilvervloot wist te kapen, kijk verschil moet er zijn.
Het kapers verhaal gaat echter nog veel verder terug in de tijd. In de eerste eeuwen van onze jaartelling waren het de Chauken en de Friezen die hier de Romeinse schepen overvielen en kustplaatsen beroofden. Later opgevolgd door de Angelen, de Saksen, de Jutten en de Friezen, dit monde in de vierde eeuw uit in een complete volksverhuizing naar Engeland door de laatst genoemde volkeren. In het begin van de vijfde eeuw bezweek het machtige Romeinse rijk aan al deze voortdurende aanvallen op al zijn grenzen, de daardoor ontstane interne chaos deed een interne keizerstrijd ontstaan waardoor het Rijk ophield te bestaan. De Franken vestigden zich in Noordwest Gallië en de Angelsaksen vestigden zich in Brittannië.
Duinkerken en Boulogne speelden evenals het Nederlands rivieren gebied een grote rol in deze trek naar de overkant.
Dichterbij ons in de tijd zijn de vernielingen in beide wereld oorlogen. Duinkerken speelde een prominente rol in beide oorlogen. De heroïsche evacuatie van bijna een half miljoen soldaten uit de klauwen van een Duitse omsingeling stijgt boven alles uit. Franse en Engelse troepen dreigden totaal te worden vernietigd in 1940 en konden geen kant op. Churchill nam onorthodoxe maatregelen door alles wat maar een beetje kon drijven op te roepen om de soldaten te evacueren. Gelukkig voor hen kon de Duitse luftwaffe door de laaghangende bewolking weinig uitrichten. Binnen een paar dagen waren de in het nauw gedreven geallieerden onder de neus van de nazi's weg gehaald.
De rivier radarboot de "Princes Elizabeth" die nu in Duinkerkens haven te bewonderen is, voer die dagen continu heen en weer tussen de Engelse kust en Duinkerken. Hier is ook een museum die deze tijd tot onderwerp heeft.
Het zeilen op deze Noordzee vol historie gaat geweldig zolang de wind maar gunstig is. Door de opbouw van een hogedruk gebied boven centraal Europa kan hier wel eens een einde aan komen, helaas maar daar over meer in het volgende logboek.

LogboekDeel1LogboekDeel1LogboekDeel1LogboekDeel1LogboekDeel1LogboekDeel1LogboekDeel1LogboekDeel1LogboekDeel1LogboekDeel1LogboekDeel1LogboekDeel1LogboekDeel1LogboekDeel1LogboekDeel1LogboekDeel1
LogboekDeel1LogboekDeel1LogboekDeel1LogboekDeel1LogboekDeel1LogboekDeel1LogboekDeel1LogboekDeel1LogboekDeel1LogboekDeel1LogboekDeel1LogboekDeel1LogboekDeel1LogboekDeel1LogboekDeel1LogboekDeel1