Camperreis door het landschap en geschiedenis van het Spaanse eiland Gran Canaria.
Is er een uitdaging in het reizen met de boot en ook de camper? Natuurlijk niet als je jaar na jaar dezelfde routes zeilt en vastmaakt in alweer die over bekende haven, of met je campertje weken achtereen bivakkeert op een camping waarvan je hoopt dat het weer net zo gezellig gaat worden als al die jaren ervoor. Je kwalificeert jezelf tot een toerist, hier is natuurlijk niets mis mee, maar wij zien onszelf meer als reizigers. Zo zijn wij de uitdaging aangegaan om met onze Camper naar de Canarische eilanden te gaan. We schepen ons in de Spaanse kustplaats Huelva in voor een zee trip naar Gran Canaria. Aan boord werd ons een hut toegewezen waar Thorda onze (zee)hond ook welkom was vlak bij de hondenuitlaatplaats aan boord. Het eiland Gran Canaria word jaarlijks overspoeld met miljoenen toeristen die voor het merendeel worden aangevoerd met vliegtuigen, waarna men met het openbaar vervoer of huurauto naar een gehuurde onderkomen trekt. De grootste attractie op Gran Canaria is natuurlijk het bakken in de zon op een postzegel strand tussen honderden mede zon aanbidders. Het is zaak om zoveel mogelijk zonnekleur te verzamelen om het thuisfront te kunnen imponeren. Dit soort vertier is aan ons niet echt besteedt, bovendien zijn die "leuke" vissersdorpjes veranderd in walgelijke toeristen steden. Het is daarom ook geen wonder dat de bewoners van Gran Canaria tegen de toeristen industrie gaan protesteren, immers de meest verdiende centen verdwijnen in de zakken van de projectontwikkelaars en de toeristen die besluiten om op Gran Canaria een huisje aan te schaffen en daarvoor bereid zijn hoge bedragen neer te tellen, maken dat de eigen bevolking nauwelijks meer een onderkomen aan kan schaffen vanwege de sterk opgelopen prijzen. Dan nog even een opmerking over het verkeer, er wonen op het eiland ongeveer 800 000 inwoners die tezamen 1.3 miljoen auto's bezitten. De snelweg van Las Palmas naar het zuiden is vaak een grote file heen en terug. En om met een camper in de hoofdstad rond te rijden is een behoorlijke uitdaging, de voetgangers gaan je links en rechts voorbij. Wij konden dit probleem oplossen door op zondag morgen al vroeg naar de oude stad te rijden, dan is er mogelijkheid om vlakbij te parkeren en de mooie oude stad met een bezoek te vereren.
Het landschap van Gran Canaria.
Het eiland bestaat uit een droog woestijnachtig deel dat zich ten zuiden van de oude vulkaan kegel in de regen schaduw bevindt en het nattere noordelijke deel. Deze verdeling wordt veroorzaakt door de overwegende noordelijke winden, die de vochthoudende lucht tegen de berghelling opstuwt waardoor de kans op regen aan de Noord helling aanzienlijk toeneemt. Deze noordkant is ook de plaats waar de Spaanse veroveraars hun suikerriet plantages vestigden totdat deze in de 19e eeuw hun rendabelheid verloren en werden verdrongen door de plantages in het Caribisch gebied. Het rijden met een camper in het overgrote deel van het binnenland verdiend de nodige aandacht van de bestuurder. De wegen zijn overwegend smal en vol haarspeld bochten, het is dan ook een vulkanisch berg gebied, de gevormde ravijnen zijn diep in de vulkanische gesteenten ingeslepen. Het verkeer is hier echter veel rustiger dan in de hoofdstad en de snelweg aan de kust, op een aantal "kamikaze"-achtige bus chauffeurs na die met ware doodsverachting de bergen op en af denderen, de normale verkeersregels gelden alleen voor andere weggebruikers. Maar de beloning in de vorm van landschappelijk natuur schoon in zowel het droge zuidelijk deel als in het noord deel van het eiland is groot. Wij waren een aantal dagen in een door de overheid bestierd natuurpark boven op de oude vulkaankegel, hier was het heerlijk koel, wel wat winderig en soms een bui die tot ontwikkeling kwam door de stijging van bijna anderhalve kilometer. De uitzichten vanaf deze plek was fenomenaal, we konden zelfs de nog altijd actieve vulkaan Teide op het naast gelegen eiland Tenerife, op minstens 80 kilometer afstand zien. Hier op Gran Canaria heeft de laatste uitbarsting ruim 3000 jaar geleden plaatsgevonden, daarna was het stil. Alle Canarische eilanden zijn van vulkanische oorsprong en een uitvloeisel van de mid-Atlantische rug. Dit hebben ze gemeen met Madeira, de Azoren en natuurlijk IJsland. De oceaan bodem scheurt in het midden van de Atlantische oceaan langzaam uit elkaar, zodat een reis van Europa naar Amerika ieder jaar een paar centimeter langer wordt. IJsland ligt op de plaats waar momenteel de grootste rekking plaats vindt, de mid-Atlantische rug gaat hier dwars door IJsland heen, dus het land wordt ieder jaar 5 à 6 centimeter groter in West-Oostelijke richting. Midden op Gran Canaria bevindt zich een krater waarvan de diameter 18 kilometer bedraagt. "de Caldera de Tejedo". Deze krater is gevormd door een geweldige uitbarsting van ongeveer 10 miljoen jaar geleden. De kern van de vulkaan, de ondergrondse magmakamer waar de vloeibare lava zich verzamelde, totdat de druk te hoog werd en de inhoud met veel geweld via de kraterpijp zich een uitweg zocht en het eiland besproeide met een fontein van lava en tufsteen. Na de explosie bleef de magma kamer leeg achter in de diepe ondergrond, waar na verloop van tijd de top van de berg inzakte. Tejeda ligt overigens heel mooi tegen de resterende krater wand aan geplakt. Overal in de ondergrond van Gran Canaria liggen verborgen vulkaan pijpjes zodat latere uitbarstingen overal een uitweg konden vinden en deze grote Caldera is blijven bestaan, bovendien liep de vulkanische activiteit in de loop van de tijd terug. Een van delatere uitbarstingen heeft de "Caldera van Bandama" opgeleverd. Het gehele eiland is een afspiegeling van het vulkanisch verleden, velden vol lava gesteente, gekleurde rotsen bij het dorpje Mogan genaamd de Azuljos, ook de stranden zijn opgebouwd van verweerd vulkanisch gesteente in diverse kleuren. Vulkanische activiteiten vormen verschillende soorten gassen die op hun beurt de tufsteen en lava hun verschillende kleuren kunnen geven. Hier en daar zijn in het landschap oude vulkanische krater pijpen te zien waar de vulkaan omheen is weg geërodeerd, de zogenaamde vulkanische schoorsteen. De grootste is de Roque Nublo, die bij de oude bevolking (Guanchen) een rol speelde bij hun religie. De vele ravijnen die zich in de loop der eeuwen in de bergwand hebben ingeslepen hebben zich ontwikkeld tot prachtige biotopen, die helaas door menselijk ingrijpen veelal vernield zijn, de mens gebruikte de wanden op gunstige plekken om rotswoningen te creëren die deels ook nu nog bewoond zijn zoals in bijvoorbeeld in "Barranco de Guayadeque". Dit is de plaats waar het water stroomt in de taal van de oude bewoners voor de Spaanse overheersing. Door de huidige bevolkingsdruk valt het wat betreft dat stromende water wel zwaar tegen, bijna alle riviertjes staan droog en door het oppompen van grondwater verdroogt de natuur, veel biotopen zijn enorm verarmd en de vele stuwmeren staan zo goed als droog. Dit is ook versterkt door het op grote schaal kappen van bomen ten behoeve van de suikerrietverwerking, en het produceren van enorme hoeveelheden houtskool voor vele doeleinden. Nadat wij net een paar dagen terug waren op het vasteland van Spanje was er een enorme regen bui van een paar uur. De droge grond kon het vele water niet snel genoeg opnemen en de begroeiing ontbrak grotendeels, dus het water vermengd met modder, denderde een oude droge rivierloop door en vernielde in zijn loop een deel van de oude stad Telde met veel materiële schade en doden en gewonden. Om deze paragraaf positief af te ronden vermeld ik nog even dat de oude bedding die normaal gesproken vol met afval ligt nu in een klap weer schoon is gespoeld, of de omringende oceaan hier blij mee moet zijn, laat ik in het midden.
De bewoningsgeschiedenis van Gran Canaria.
Overal op het eiland vinden wij overblijfselen van de oude bevolking, begraafplaatsen en uitgehakte rotswoningen. Aan de verdeling en hoeveelheid van deze overblijfselen moet er een aanzienlijke bevolking aanwezig zijn geweest, schattingen spreken van zeker wel 50 000 zielen. Het andere dat opvalt aan de opgegraven spullen is dat ze een behoorlijke mate van ontwikkeling in de culturele en sociale samenleving hadden bereikt. In de 13e en 14e eeuw volgden diverse piraten aanvallen en deden pogingen om een blijvende woonplaats te stichten door Spaanse, Genuaanse en Portugese avonturiers. Men zocht handel, rijkdom en hielden raids om mensen als slaaf te kunnen verkopen, maar het succes was door de tegenstand van de Guanche bevolking erg beperkt. Pas de Normandiër Jean de Béthencourt vestigde zich in 1402 definitief op de Canarische eilanden. De geestelijken in zijn gevolg gaven pas een redelijk betrouwbare beschrijving van de aangetroffen lokale bevolking. De Spaanse koning financierde Béthencourt's onderneming om uiteindelijk de eilanden bij zijn rijk te kunnen voegen. Door de toenemende militaire druk door allerlei Spaanse avonturiers en troepen, dacht de Guanche koning dat het een goed idee zou zijn om hun een vesting te laten bouwen bij Gando om zo de vrede te kunnen bewaren. Maar de soldaten trokken na een aantal jaren van daar uit op naar "Montaña de cuarto puertas". Hier woonden de 'Hamiriguadas' de heilige maagden van de Guanchen, die contact met de goden onderhielden en veel kennis van genezing en de natuur bezaten. Na de brute verkrachting en ontheiliging van deze gewijde plaats, werden de Guanchen kwaad en schopten de Spanjaarden van het eiland af en vernielden het fort, de toren ruїne heeft er tot aan de bouw van het vliegveld nog gestaan in de 20e eeuw. In een strijd van bijna een eeuw werden de twee Guanche koninkrijken op Gran Canaria pas in 1483 definitief verslagen. De zeer dappere strijders konden met hun beperkte bewapening niet op tegen de modern uitgeruste troepen macht van de Spanjaarden. De koning van Telde, Doremas werd onthoofd en zijn hoofd werd op een paal gespietst en tentoon gesteld bij het Spaanse legerkamp. Koning Tenesor van het koninkrijk Galdar werd naar Spanje weggevoerd en gedwongen bekeerd.
Maar wat is de oorsprong van deze Guanchen? Waar komen de mensen vandaan op deze eilanden die tot de laatste uitbarstingen in beginsel niet bewoonbaar waren! De historici en archeologen hebben nog geen duidelijkheid kunnen scheppen in de geschiedkundige duisternis. Daarom doe ik ook een serieuze poging, maar eerst even een rondgang langs de geschreven berichten van diverse schrijvers in volgorde van de tijd.
De oudste berichten kwamen waarschijnlijk van de Griekse schrijver Homeros die omstreeks 800 voor de jaartelling leefde; " Buiten de poorten van Herakles, aan de west rand van de wereld bevinden zich de Elysische velden. Dit is een heilig goden oord waar dappere krijgers na hun versterven verblijven". Dit bericht zou over de Canarische eilanden kunnen gaan, in ieder geval kent of vermoedt men eilanden ergens in de oceaan. Oceanus was de mythische stroom die rond de bekende wereld stroomde waar ook de gelukzalige eilanden in moesten liggen.
De tweede tekst bevindt zich in Egypte en handelt over een door Farao NechoII (610-595) die een expeditie uitzond om zijn achterland (Afrika) te omzeilen. Dit gebeurde met Phoenicische zeelieden en schepen in zijn opdracht. Herodotus een Griekse schrijver heeft dit later te boek gesteld, verdere gegevens ontbreken over wat men allemaal tegenkwam. In de Historiën van Herodotus (400-485) kwam ik het volgende verhaal tegen dat mogelijk over de Canarische eilanden zou kunnen gaan. " De Karchedoniërs, een Phoenicisch stad staatje, vertellen dat er voorbij de zuilen van Herakles nog een stuk Libya ligt en dat daar mensen wonen. Als ze bij die bewoners aankomen leggen ze hun koopwaren naast elkaar op het strand, en gaan weer naar hun schepen en maken daar rook. Als de inboorlingen die rook zien komen ze naar de kust en leggen daar goud neer als betaling voor de waren, keren die de rug toe en gaan weer terug. De Karchedoniërs komen van hun schepen om te kijken en als ze vinden dat het genoeg goud is voor hun koopwaar, pakken ze het op en vertrekken".
De reis van de Phoenicische veroveraar Hannon uit het midden van de 5e eeuw, is de volgende tekst die veel duidelijker slaat op de Canarische eilanden. Hij ging met een vloot van 70 schepen langs de west kust van Afrika, hij doet verslag van zeer hoge temperaturen en wilde krijgers. Ook vermeldt hij een vulkaan uitbarsting, de vuurwagen van de goden, zeer waarschijnlijk was dit de Teide op Tenerife. Hij heeft het over rivieren van vlammen die de zee in stroomden en een vuurkolom tot in de hemel.
Pas met de berichten van de Griek Plutarchis, komt er meer licht op de reële situatie. Hij beschrijft koning Juba II (onderkoning van de Romeinen in Mauritanië) die overal met zijn vloot handel drijft, langs de kusten van de Middellandse Zee en met de eilanden buiten de poorten van Hercules. Plutarchis beschrijft een expeditie naar de eilanden om handelsrelaties met de bewoners uit te breiden, de genoemde producten zijn garum (stinkende vissaus), parels, hout, wijn, vijgen en natuurlijk het purper (zeer dure kleurstof gemaakt van de purperslak).
In de eerste eeuw wijdt Plinius de Oudere een heel hoofdstuk aan de Canarische eilanden, welke naam afkomstig zou zijn van de daar levende grote honden. Het bevat ook een hele verhandeling over de daar voorkomende natuur. De voor de Romeinen belangrijke producten die er van het eiland worden betrokken worden uitvoerig beschreven zoals het Garum en de kleurstof Purper. Plinius heeft het vervolgens over de bewoners en hun onderkomen waarbij hij ook tempelachtige bouwsels beschrijft. We moeten er wel rekening mee houden dat zijn beschrijvingen uit oudere geschriften zijn overgenomen, hij is er zelf nooit geweest.
Plinius is de laatste die over de eilanden bericht, hierna zakken de Guanchen weg in het donker van de geschiedenis. Na de Romeinen zijn er ook geen scheepsvaarders meer die deze reis met goed gevolg zouden kunnen voltooien. Het probleem met een geregelde vaart op de eilanden is dat de wind het hele jaar door uit noordelijke richting waait. De stroming langs de Afrikaanse kust is ook naar het zuiden met een gangetje van 1 mijl per uur, na de eilanden buigt de stroom af naar het zuid westen de Atlantische oceaan op. Het bereiken van de Canarische eilanden kan nog gedaan worden, maar om terug te komen bij de poorten van Hercules is vele malen ingewikkelder. Na de Romeinen moeten we eeuwen wachten op diegenen die vaartechnisch in staat zijn tot dit hoogstandje. Het was wachten op de vrachtvaarders en handelaren van de Normandiërs (Noormannen), Genua en Venetië uit de 12e en 13e eeuw. Hierna was het hek van de dam en was het een komen en gaan van piraten en lieden die pogingen deden om het land in te pikken. Vanaf deze tijd komen ook de eerste verslagen over de plaatselijke bevolking, hoe ze leven, wat ze verbouwen en hoe de samenleving is opgebouwd.
Een van de betere uitgebreide beschrijving over de cultuur van de Guanchen is van de Italiaan Giovanni Boccaccio (1313-1375). Hij verbleef 5 maanden op de eilanden en moest voor de Genua'se heren een verslag schrijven over de bevolking. Hij beschreef de bevolking als groot, blond met blauwe ogen. Een latere Spaanse koninklijke schrijver Andrés Bernaldéz schreef tijdens de Spaanse verovering van de eilanden ook over de bewoners. Op de vraag aan de ouden van het Guanche volk waar ze vandaan kwamen antwoorden ze; " Onze voorouders hebben ons gezegd, dat God ons meenam en ons hier afzette, daarna is hij ons vergeten!
Alonso de Espinosa, een andere schrijver vermelde in 1594, dat er iedere keer een aantal van 60 personen op de eilanden aankwamen compleet met behuizing, vee, zaaigoed enz. De ondervraagde Guanchen noemden die aanlandingsplaats ' De gemeenteraadsplaats van de zonen der grote mannen'. (waarschijnlijk de haven plaats)
Dan komen we nu bij de reëele archeologische vondsten die er op de eilanden zijn gedaan in de afgelopen jaren. Nu is het wel zo dat er niet veel prioriteit aan dit onderzoek wordt gegeven, bovendien zijn veel mogelijke kustplaatsen door de latere ontwikkelingen compleet overbouwd.
- De vroegste vondst komt van Lanzarote, een nederzetting die uit de 10e eeuw voor de jaartelling stamt.
- De vele gevonden begraafplaatsen stammen uit de 5e eeuw voor de jaartelling tot de definitieve Spaanse verovering omstreeks het jaar 1500.
- De mummificatie technieken doen sterk denken aan de Egyptische mummies.
- De gevonden versierselen op vaatwerk en sommige muren (Galder) hebben sterke overeenkomsten met de gehele Noord Afrikaanse culturen. Dit is ook het geval met de Potten bakkers technieken zelf en de gebruikte vormen. De Phoenisische/Carthago cultuur valt hier ook onder.
- De moeder godin van de Phoeniciërs was de godin Tanit. Overal op de eilanden zijn hier en daar afbeeldingen van haar gevonden.
- De stier van El Tanque op het eiland Tenerife; Hoewel de afbeelding nogal beschadigd is 'was het voor een theorie verantwoordelijk dat de eilandbewoners afkomstig waren van het door de Griek Plato beschreven Atlantis, dat in de oceaan zou zijn verzonken. Alle onderzoekingen ten spijt is er echter nog nooit iets gevonden dat dit Atlantis ooit werkelijk bestond.
- De stier is echter ook een bestanddeel van de Minoische cultuur, evenals de Phoenisische. Kreta was voor de Phoeniciërs al de handelsnatie van het Middellandse Zee gebied. Deze handelaren verspreiden deze cultus ook naar het huidige Spanje, waar het voort leeft in het stieren vechten.
- De laatste vulkaan uitbarsting op Gran Canaria was ruim 3000 jaar geleden, voor die tijd is er geen enkel teken van menselijke aanwezigheid gevonden.
- Een diep gaande studie van de aanwezige rotstekeningen geven de onderzoekers het idee dat er twee bewoningsgolven zijn geweest, een 6 eeuwen voor de jaartelling en de andere in de eerste eeuw tijdens het Romeinse Rijk.
- Er is een studie over het DNA van de eilandbewoners van heden en uit de vele grafvelden. Het gaat te ver om hier inhoudelijk op in te gaan, maar er zijn een aantal conclusies die ik wil aanstippen; 1- Het oude matrilineaire of vrouwelijke DNA is ook tegenwoordig nog voor ongeveer 50% in de huidige samenleving aanwezig. 2- Het vroegere mannelijke DNA is veel zeldzamer voorhanden (slachtoffers van de oorlogen terwijl vrouwen vaak als slaaf werden benut). 3- De genen samenstelling wijst sterk op een overeenkomst met de noord Afrikaanse Berber bevolking.
- Er zijn in de wateren rond de eilanden, op redelijk veel plaatsen, Phoenisische en Romeinse kruiken opgedoken.
Nawoord en voorlopige conclusie;
In dit gedeelte wil ik een logische theorie naar voren brengen die volgens mij de werkelijke gang van zaken zo goed mogelijk benaderd rond de opkomst van de Guanchen bevolking. Het eiland van de stieren, of het Minoische Kreta werd omstreeks 9000 jaargeleden voor het eerst bevolkt door landbouwers. Zij vormden rond 2000 voor de jaartelling een machtige cultuur die was gebaseerd op de handel met de omringende culturen, zoals de Egyptische. Door een aantal negatieve zaken kwam aan de Minoische cultuur een eind waar de uitbarsting van de actieve vulkaan de Thera, met de daarbij horende vloedgolven er één van was. Daarop volgde eeuwen later de inval van pre-Griekse Doriërs, deze barbaarse woestelingen ruimden de resten op van deze eens zo grote beschaving. Wat overbleef waren rond 1100 voor de jaartelling een aantal zelfstandige stad staatjes die elkaar zwaar beconcurreerden en bevochten. Zij waren echter wel goed in staat de zeevaart te beoefenen. Mijn idee is dat één van deze staatjes een poging heeft gewaagd om op Lanzerote een nederzetting te vestigen ten behoeve van hun concurrentie positie. Deze poging is uiteindelijk mislukt door het ontbreken van voldoende mensen om het werk dat voor de producten (waarschijnlijk visproducten) nodig was uit te voeren op de eilanden. Inmiddels schrijdt de tijd voort en komen de Phoeniciërs meer en meer als handels natie op. Zij nemen ook op Kreta de Stads staatjes over en gaan er deels mee samen. Langs de kusten van de Middellandse zee ontstaan vele door hun gestichte Volksplantingen om zo een handels imperium te kunnen opzetten. Carthago is hier het sprekende voorbeeld van. Het stichten van handelsnederzettingen op de onbewoonde Canarische eilanden, vereist dat er mensen naartoe worden gebracht die men ging gebruiken voor het verkrijgen van de begeerde handelswaar. Dit waren de purperslakken kleurstof, gebruikt voor het verven van de kleding van hoogwaardigheidsbekleders, en het uit vissen gemaakte Garum, onmisbaar in de voedselbereiding rond de gehele Middellandse Zee. Vanaf de vroegste tijden waren dit zeer gewilde en dure producten in de landen rond de middellandse Zee. Bij het stichten van de stads staten op de Noord Afrikaanse kust zullen er ongetwijfeld oorlogen zijn uitgebroken met de Berber bevolkingen die hier leefden. Het ronselen van de werkkrachten voor de onbewoonde eilanden was daarom geen probleem, slavenhandel was in deze en latere tijden een van de hoofdpeilers waar de gehele handel op dreef. Iedere cultuur kent zijn hoogte en diepte punten, dit zou je afkunnen lezen aan het aantal bezoeken aan de verre Volksplantingen. Na de teloorgang van de Carthaagse (Phoenicisch) cultuur door de Romeinse verovering daarvan, kwam de tweede bewoningsgolf op de Canarische eilanden aan. De Romeinen namen niet alleen de handel op de eilanden over, maar gebruikten het ook om bepaalde, hun niet welgevallige, groepen te kunnen deporteren. Caesar Trajanus (53-117) zou een groep opstandelingen de tong hebben afgesneden en naar de eilanden hebben gedeporteerd zodat ze niet konden pochen over hun opstand tegen de Romeinen.
De Romeinen waren de laatsten die de handel en wandel van de eilanden bepaalden, waarschijnlijk was dit de door wetenschappers veronderstelde 2e bewonings golf. De zee verbinding werd verbroken en daarna ontwikkelden de eilanders zichzelf op ieder eiland apart, want de onderlinge verbindingen waren minimaal door het grotendeels ontbreken van schepen. Taalkundig scheen de onderlinge verschillen tussen de eilanden steeds groter te worden volgens de geleerden die zich daar mee bezig houden. Tot zover mijn poging om de Gordiaanse knoop van de bewoningsgeschiedenis van de Canarische eilanden te ontrafelen.
Tot slot.
Wij moeten zeggen dat we een enorm leuke tijd op Gran Canaria hebben gehad, het landschap is afwisselend en als je dan na twee weken denkt, wij hebben alles wel zo'n beetje gezien dan kun je natuurlijk met diverse veerdiensten naar een van de andere eilanden. Het bezoeken van de hoofdstad Las Palmas zou met het openbaar vervoer of op de fiets kunnen, want het is zeker de moeite waard, ondanks de drukte.
Dan ter afsluiting nog even een opmerking; In de Santa Ana kerk hangt een klok in de toren die in 1999 geschonken was door Nederland, omdat onze vloot in het jaar 1599 Las Palmas had aangevallen en geplunderd. Dit is natuurlijk een mooi gebaar na zoveel eeuwen, en geheel in stijl met de enorme golf aan excuses voor allerhande zaken waar de huidige Nederlanders part noch deel aan hebben gehad. Volgens mij heeft Nederland ook nog een hele serie excuses tegoed van allerlei landen. Bovendien wordt deze aanval hier in Spanje gezien als een verwerpelijke piraten aanval. Zijn wij dan vergeten dat we in oorlog waren met Spanje? Waarom wordt bij admiraal van der Does expliciet vermeldt dat hij een Fries was, Dokkum was in die tijd een van de admiraliteitshaven van de Republiek der 7 Verenigde Nederlanden, of is dit een poging van de huidige Hollandse heren om hun handen in onschuld te wassen? Je weet het niet. In 1595 werd Las Palmas ook al aangevallen door "Sir Francis Drake" alleen dat lukte niet zo erg goed. Vanwaar dit verschil in aanspreek titel, 'Sir' klinkt wel wat positiever dan 'Piraat'. Laten we nu maar wachten op excuses naar aanleiding van deze tekstuele miskleun op de informatie bordjes.























